Achter elke boom een andere boom. Of struik.
Wat ik het leukste vind aan vertalen: het feit dat je als vertaler van heel veel dingen een beetje af weet. Als je bij een website als die van de openbare bibliotheek van Amsterdam je naam intikt, kun je niet alleen zien of je vertalingen nog een beetje worden uitgeleend, je krijgt rechts op je scherm ook een lijstje met trefwoorden.
31 maart 2009
Die van mij luiden:
• Moeder-zoon relatie (2)
• Mannen (2)
• Kanker (2)
• Alcoholisme (2)
• Homoseksualiteit (2)
• Australië (2)
• Keltische mythen (1)
• La Tour, Georges de (1)
• Russische migranten (1)
• Bosnië en Herzegovina (1)
• Qaeda, Al- (1)
• Oorlog (1)
• E-mail (1)
• Racisme (1)
• Thailand (1)
• Psychische stoornissen (1)
• Drugs (1)
• Echtscheiding (1)
• Computers (1)
• Zussen (1)
• Autisme (1)
• Brieven (1)
• Rusland (1)
• Cultuurverschillen (1)
• Vrouwenleven (1)
• Rouwproces (1)
• Japan (1)
• Verenigde Staten (1)
• Verhalen (1)
• Tweelingen (1)
Een diverse lijst, waarbij ik de kanttekening moet plaatsen dat ik me minder Leed en Ellende herinner dan de opsomming suggereert.
Dat bijeensprokkelen van kennis is leuk, maar een vertaling moet wel af, en je kunt je meestal niet echt in een onderwerp verdiepen. In dat kader schreef ik mijn vorige column, over het vertalen van plantennamen, vaak een bezoeking voor ondergetekende omdat ik al snel door de bomen het bos niet meer zie (pun intended). Mijn stuk schoot echter in het verkeerde keelgat van een bioloog. Volgens haar maakte ik badinerende opmerkingen over het vertalen van plantennamen. “De opdeling in een 'voor'- en 'achter'naam is niet in het leven geroepen om nietsvermoedende vertalers en schrijvers te pesten, maar berust op een zorgvuldig binair systeem van naamgeving waaruit onderlinge verwantschap kan worden afgeleid. En die eerste naam is niet (...) de naam van de familie, maar van het plantengeslacht waartoe een plant behoort. “ Waarvan akte. Na een korte mailwisseling bleek het vooral om de toon van het stukje te gaan, en geloof me, die was niet badinerend bedoeld. Ze plaatste echter ook nog een kanttekening bij mijn zoekmethode, die ik graag met u deel:
“De Bombax ceiba waar hij het over heeft, is de Indische kapokboom. Deze boom wordt in het Engels meestal Red Silk Cotton Tree wordt genoemd, hoewel Silk Cotton Tree ook wel wordt gebruikt. De Nederlandse website waar [hij] naar verwijst, noemt echter ook een andere soort, namelijk Ceiba pentandra. Deze soort komt echter niet in India voor, maar in Zuid-Amerika en Afrika. Dus, de Indische kapokboom groeit in India, de Kapokboom in Zuid-Amerika. Ook het Engels maakt dit verschil: tik je Red Silk Cotton Tree in (zonder quotes), dan kom je meteen uit bij Bombax ceiba, tik je Silk Cotton Tree in, dan kom je uit bij Ceiba pentandra (ook in Wikipedia).”
Want inderdaad, met haar conclusie kon ik het slechts roerend eens zijn: “geen enkele zichzelf respecterende vertaler wil toch een Zuid-Amerikaanse boom in India plaatsen of andersom...” Wat ze nog niet weet is dat ze vanaf nu mijn Bioloog van Dienst is en ik haar ga inschakelen bij elke plant, struik of boom die ik in mijn boeken tegenkom...
Dennis Keesmaat