Hokjes
Nancy Seghers

Zowat een jaar geleden zag ik opeens het licht: ik zou literair vertaler worden. Even een stomende ELV-cursus volgen en de literaire vertaalwereld zou aan mijn voeten liggen. Ik kon de onophoudelijke stroom literaire opdrachten al ruiken. Nu het jaar stilaan opnieuw ten einde loopt, vraag ik me af of er misschien wat mis is met mijn reukorgaan. Ik heb wel eens last van sinusitis, dus die mogelijkheid valt niet uit te sluiten, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat het wellicht eerder mijn neus voor zaken is die het laat afweten. Of zit er iets anders achter?

29 november 2011
auteur: 
Nancy Seghers

 

Na een halve Dawn French – de vraag of Een klein beetje geweldig over veel literaire kwaliteiten beschikt, laat ik maar even aan de critici over – vertaal ik op dit ogenblik opnieuw … jawel: een geschiedenisboek. In het besef dat je een uitstapje van welgeteld een halve fictievertaling bezwaarlijk een literaire carrière kunt noemen, maak ik me stilaan toch een beetje zorgen. Wat is er aan de hand?

Ik hield het eerst op tijdsgebrek. Net als de meeste beginnende vertalers heb ik het niet zomaar voor het kiezen: je neemt aan wat je binnenkrijgt want er moet brood op de plank komen. Je bent al blij dat je klanten hebt en wil die bestaande opdrachtgevers vooral niet voor het hoofd stoten, dus neem je hun nieuwe opdrachten natuurlijk gewoon weer aan en sla je aan het vertalen. Gevolg? Geen tijd om je te verdiepen in de finesses van de literaire vertaalwereld, geen tijd om te netwerken, geen tijd om actief op zoek te gaan naar een literaire uitgever die met je in zee wil.

Ondertussen heb ik door dat het hier grotendeels om drogredenen gaat. De tijd om al die dingen te doen ontbreekt me dan wel, maar ik kan moeilijk beweren dat ik geen werk heb. Ik krijg alleen geen literair werk. Dus moet er een andere reden zijn. Misschien verloopt de overgang van non-fictie naar literatuur niet zo vlotjes omdat het een kwestie van hokjesdenken is? Chris de Stoop verwoordde het in een interview eens als volgt: “je hebt fictie en je hebt non-fictie, twee genres met eigen plekken in de boekhandel en eigen kasten in de bibliotheek.”

En opeens valt me op dat ik het blijkbaar steeds buiten mezelf zoek. Misschien ligt het wel gewoon aan mij? Zou het leeftijdsgebonden zijn? Ik ben pas beginnen vertalen nadat dertig jaar leesplezier al voor een zeer brede interesse had gezorgd, wat het vrij moeilijk maakt om je te beperken tot een bepaald genre. Tijdens al die jaren heb ik in de plaatselijke bib echt wel alle kasten gelezen. Weet een jongere vertaler met minder leeservaring wellicht vlugger wat hij wil vertalen zodat hij meteen in het juiste hokje terechtkomt?

Het proces is me anders wel duidelijk: je levert een goede vertaling af en ze willen meer van hetzelfde. Hoe meer van hetzelfde, hoe beter je daarin wordt en hoe meer van hetzelfde ze van je willen. Voor je het weet noemen ze je gespecialiseerd en zit je in je hokje.

Je wordt er als het ware naartoe gedreven zonder dat je het in de gaten hebt. En dan zit je daar. Maar hoe weet je in godsnaam of je wel in het juiste hokje zit als het zo moeilijk is om even over het muurtje te kijken of een ander hokje niet beter past? 

Na een jaar hunkeren naar die ene echte literaire vertaalopdracht die me recht in het literaire hokje drijft, worstel ik vandaag met het gevoel dat ik al blij mag zijn dat ik niet onverhoeds in een technisch of juridisch hokje ben beland. Ik hou wel van geschiedenis en wetenschappen. Ik heb het alleen niet zo begrepen op dat hokjesdenken.

 

Reacties:

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.