Het is wel waar trouwens, sommige mensen zijn sneller dan andere en dat geldt ook voor vertalers. Soms denk je dat de diverse beoefenaars van het vertaalvak totaal verschillende wezens zijn. Terwijl er op de ene vertalerslijst stellig wordt beweerd dat je een thriller van 120.000 woorden met gemak in zes weken kunt doen, wordt op de andere lijst tekeergegaan tegen uitgevers die maar niet begrijpen dat je een roman van 100.000 woorden niet in een half jaar kunt behappen. De ene vertaler vindt 4000 woorden per dag dus goed te doen, en de ander acht een dagelijkse portie (zonder weekendwerk trouwens) van 800 woorden amper haalbaar.
Uitaard zijn moeilijkheidsgraad en genre van de te vertalen tekst in dit verband zeer relevant, maar het is ook weer niet zo dat je thrillers (vaak slecht geschreven en met inhoudelijke fouten) meer dan vier keer zo snel kunt doen dan literair werk. Je kunt ook niet zeggen dat de snelle vertalers per definitie slecht werk leveren en de trage vertalers (al dan niet met beurzen) uitsluitend goed werk. Goed geschreven literatuur is trouwens niet per definitie moeilijker te vertalen dan lectuur. Ik was onlangs bij een lezing van Marjan Berk en probeerde wat vertaaldingetjes uit in mijn hoofd. Juist humoristische en onderhoudende teksten zijn vaak gigantisch moeilijk te vertalen. Marjan zelf zei: 'Mijn teksten zijn luchtig, maar niet plat. Vrienden van me vertelden dat ik dat in mijn Duitse vertaling wel ben, helaas.'
Een van de redenen voor het extreme verschil in werktempo zou besloten kunnen liggen in het aantal correctierondes. Ik denk dat iedereen het met me eens zal zijn dat je bij elke revisieronde weer iets uit een vertaling haalt en de tekst steeds weer beter maakt.
Mijn vriend M. zei een keer serieus: Eigenlijk moet je een vertaling nooit inleveren, hij kan altijd nog beter. Uiteraard heeft hij gelijk, maar er is daarbuiten ook nog zoiets als een realiteit.
Het leven als vertaler met een tempo van nog geen 900 woorden per dag biedt ruimte voor lezen om je tekst heen, uit het raam naar vogeltjes staren en in de tussentijd wel degelijk nadenken (onderschat het onbewuste niet). Je kunt lange en zorgvuldig geformuleerde mails uitwisselen met je auteur, uitstekend gemotiveerde beursaanvragen bij het Fonds voor de Letteren opstellen en vooral minstens drie correctierondes doorvoeren, en misschien nog veel meer. Zo stel ik het me tenminste voor, ik heb zelf nog nooit van mijn leven zo langzaam vertaald.
Een 4000-woorden-per-dag-vertaler (daarmee heb ik wel een beetje ervaring) zit gewoon op een stoel en werkt. Je raakt dan in een soort roes en dat kan best prettig zijn - als je het niet te lang achter elkaar hoeft te doen. Je maakt dan optimaal gebruik van je 'flow' (en van digitale naslagwerken).
Het is ook maar net wat bij je past, misschien zou ik persoonlijk gek worden als het vertalen erg langzaam ging, ik heb een bepaald tempo gewoon nodig. Zo ben ik nu al meer dan tien dagen aan het nadenken over de vertaling van één regel uit een toneelstuk van Tom Lanoye voor de workshop van de Literaire Vertaaldagen in december.
Het gaat om: 'O muze schrei voor mij!' Zingen, wenen en klagen is dan al geweest en de tekst is in alexandrijnen geschreven. Ik word er ongeduldig van en mensen kijken naar me als ik fietsend probeer om hardop tot een oplossing te geraken. O Muze sta me bij!
Andrea Kluitmann



Reacties: