Ik herinner me nog goed de laatste keer dat ik vergat op mijn handen te gaan zitten en er een Mail Op Hoge Poten uit knalde. Ik had net een boek afgerond en kreeg de drukproef gemaild om nog eens door te lezen op afbrekingen en kleinigheden. Zo ongeveer tegelijkertijd kwam ein-de-lijk, ná mijn deadline, de definitieve versie van het boek binnen, en dat alleen maar omdat ik daar bij de schrijver meermaals op had aangedrongen. Ik voorvoelde namelijk al een tijdje dat het document dat ik aan het vertalen was nog niet de laatste versie was, maar de uitgeverij stelde me gerust: nee hoor, vertaal rustig door. Maar als je het zeker wilt weten, vraag het vooral aan de schrijver.
Goed, nu had ik dus een drukproef en een nieuw document. De eventuele wijzigingen kon ik dan mooi nog even meenemen, toch? En nee, we kunnen je niet helpen een overzicht te maken van wat er precies is gewijzigd, want de zetproef is een pdf-bestand, en je oorspronkelijke tekst een Word-document. Succes ermee! En ja, toen gebeurde het. Als ik behept zou zijn met een hang naar dramatiek (en dat ben ik): ER KNAPTE IETS. Ik tikte hoogst verbolgen dat ik paste. Geen tijd, nog minder zin, en het is eigenlijk ook helemaal mijn taak niet, daar kwam het wel op neer. En dat het me vooral tegen de borst stuitte dat uitgeverijen er altijd maar weer voetstoots van uitgaan dat vertalers dat allemaal wel even doen. (Ik hoor je denken: maar Dennis! Pak toch de telefoon en praat het uit! Maar nee, als het kookpunt is bereikt, is dat geen goed idee. Dan knappen er her en der trommelvliezen, en daar is niemand bij gebaat.)
En dan. De boze mail is de deur uit, het merkwaardige gevoel alsof je high bent neemt af, en je vraagt je of dat wel verstandig was. Ik legde mijn geval voor aan een collega, die me een schrandere tip gaf voor verdere correspondentie: kom vooral zelf met oplossingen, want je boek moet natuurlijk toch afgerond worden. Bij de uitgeverij waren ze geschrokken van mijn mail, en ik mailde een stuk kalmer terug met concrete voorstellen, die werden gewaardeerd. Uiteindelijk kreeg ik meer tijd en mocht ik een uurloon rekenen voor het extra werk dat ik aan de wijzigingen zou hebben. En een andere collega maakte in een vloek en een zucht een Word-document waarin duidelijk zichtbaar was wat er allemaal gewijzigd was. Kwam het toch nog goed. Toch? Nou ja, ik had in elk geval geleerd dat ik er altijd bovenop moet blijven zitten. Blijf zeuren om de definitieve tekst, bemoei je met flap- en brochureteksten en voorkom dat er überhaupt een moment komt waarop je het niet meer bolwerkt. En als dat punt dan toch komt: tot tien tellen. Of tot honderd. Computer uit, jas aan, blokje om. Want pas daarna kun je helder denken, rustig uiteenzetten waarom je het ergens niet mee eens bent, en met oplossingen komen. Via een mail of over de telefoon. Je kont tegen de krib gooien voelt hooguit een minuut goed, maar je schiet er niets mee op.
Dennis Keesmaat



Reacties: