Voor Uitgeverij Athenaeum ben ik bezig aan een nieuwe, eigentijdse vertaling van het korte traktaat Laelius vel de amicitia (over de vriendschap) van de Romeinse staatsman en filosoof Marcus Tullius Cicero uit 44 voor Christus. Na mijn vorig jaar verschenen vertaling van de roman Nero, a véres költő (‘Nero, de bloedige dichter’) van de Hongaarse schrijver Dezső Kosztolányi is dit mijn tweede grote klus als vertaler, en de eerste uit het Klassiek Latijn.
Cicero werd geboren in 106 voor Christus en leefde tot 43 v. Chr., toen zijn hoofd eraf ging wegens foute politieke sympathieën. Cicero was lang actief in de politiek en wist het ver te brengen: in 63 v. Chr. was hij als consul zelfs even de machtigste man in Rome. Ondanks een druk leven in de politiek en de rechtszaal, vond Cicero toch ook de tijd om vele vriendschappen te onderhouden, en het aardige is dat hij daar tegen het eind van zijn leven dus ook een keer gericht over gefilosofeerd heeft. Het geschrift dat we daar aan overgehouden hebben, een fictieve dialoog tussen drie heren van stand, is een pareltje in zijn omvangrijke oeuvre en nog altijd het lezen meer dan waard. Het was al eens vertaald in het Nederlands door W.A.M. Peters in 1990, maar hoewel dat op zich een goede vertaling is had ik het gevoel dat het hier en daar wel wat vlotter zou kunnen en mogen; we zijn inmiddels toch alweer ruim twintig jaar verder. Bovendien is in 2006 een nieuwe Latijnse teksteditie verschenen in de serie Oxford Classical Texts die onder classici als dé standaard geldt. Van die editie maak ik voor mijn vertaling dan ook dankbaar gebruik. Stilletjes koester ik de hoop dat als deze vertaling een beetje aardig wil lukken, er wellicht in de toekomst nog eens te denken valt aan een integrale Nederlandse vertaling van al Cicero’s werken, inclusief de redevoeringen en de bijna 1000 overgeleverde brieven van en aan Cicero. Dat zou dan een mooi megaproject worden waar voor meerdere vertalers (veel) werk aan zit. In crisistijd valt het echter niet mee om daar de handen voor op elkaar te krijgen, laat staan de benodigde fondsen aan te boren. Maar goed, eerst moet ik deze klus maar eens tot een goed einde zien te brengen. Gelukkig heb ik daarbij een zeer ervaren mentor toegewezen gekregen die me nuttige aanwijzingen geeft en voor valkuilen en al te grote ongelukken behoedt; zo’n mentoraat (via het ELV) kan ik trouwens iedereen van harte aanbevelen.
Voor Cicero’s werk heb ik al sinds het gymnasium een voorliefde die door mijn promotie-onderzoek (met als onderwerp zijn geschrift De finibus bonorum et malorum, over de grenzen van goed en kwaad) alleen maar sterker is geworden. Ik verbeeld mij dat wat Cicero over de vriendschap schrijft nog altijd van waarde is en ons veel te zeggen heeft. Zo gaat hij in op de oorsprong van vriendschap, maar ook op wat je wel en niet van een vriend mag vragen en verwachten, en zelfs het ontvrienden komt aan de orde. Het is de bedoeling dat mijn vertaling op tijd verschijnt voor de Boekenweek 2012, die als thema heeft ‘vriendschap en andere ongemakken’. Natuurlijk mag ik hier mijn zendtijd niet misbruiken voor reclamedoeleinden, maar welke vertaler droomt er niet van om zijn werk als ‘aanrader’ op de toonbank bij de kassa te zien liggen?
Het leuke van het werken aan deze vertaling zit ‘m voor mij speciaal in twee aspecten: enerzijds een stijl vinden die voldoende hedendaags is om prettig leesbaar te zijn, maar die ook recht doet aan het wonderschone Latijn van Cicero met z’n lange volzinnen en z’n woordenrijkdom, en anderzijds de zoektocht naar een zo adequaat mogelijke vertaling van de kernwoorden die in de tekst voortdurend terugkeren. Het grappige is daarbij dat een woord als ‘deugd’ als vertaling voor het Latijnse virtus een tijdlang als te ouderwets heeft gegolden, maar tegenwoordig door de steeds grotere hang naar normen en waarden – tegen de verhuftering in - en de herwaardering van de deugdethiek weer gewoon lijkt te kunnen. Over hoe ik een ander sleutelbegrip, viri boni (letterlijk ‘(ge)goede mannen) het beste kan vertalen heb ik nog mijn twijfels, voorlopig heb ik het vertaald als ‘hoogstaande mannen’, maar ik kan nog niet zeggen dat ik daar helemaal tevreden mee ben.
Het resultaat ligt als het goed is in februari volgend jaar in de boekhandel; wie benieuwd is naar het eindresultaat moet dus nog heel even geduld hebben.



Reacties: