Voor mij geldt die bewering in elk geval ten dele: ik zou beslist niet liever schrijver zijn. Dat ik niet weet wat ik de mensheid zou moeten vertellen is daarentegen waar - natuurlijk heb ik net als ieder ander gedachten, meningen, theorietjes en observaties, maar om die nou allemaal te gaan opschrijven… ik zou niet eens weten waar ik moest beginnen. En er zijn al zo ontzettend veel mensen die op internet en in kranten allerlei meninkjes ventileren of verhalen, schetsjes en observaties publiceren - soms heel mooi of zelfs prachtig. Wat heb ik daaraan toe te voegen? Wie is er nou geïnteresseerd in die fragmentarische meuk in mijn kop? Eens in de paar weken een column over vertalen schrijven vind ik al moeilijk genoeg. Al moet ik bekennen dat ik kan smullen van de kleine dingetjes in andermans hoofd en leven: de columns en de ‘ikjes’ in NRC zijn altijd het eerste wat ik lees als ik de kranten uit de brievenbus heb gehaald. De auteurs die ik vertaal hebben daarentegen meestal zeer veel te melden en hun geest is georganiseerd en methodisch genoeg om dat als een fraai, samenhangend geheel wereldkundig te maken. Misschien raak je als vertaler wel gewoon te geïntimideerd door de schrijvers die je te vertalen krijgt. Hoe dan ook, het is een eer en een genoegen hun amanuensis te mogen zijn. Ik zou niet anders willen. Of kunnen.
Deze week modereerde ik een vertaalatelier in het kader van de Intensieve Cursus literair vertalen van het ELV. Als studietekst had ik een stukje uitgekozen uit een novelle van Michael Chabon die ik zelf een tijdje geleden heb vertaald, The Final Solution. De Nederlandse titel levert nog steeds hoofdbrekens op. Het is een toespeling op het laatste Sherlock Holmes-verhaal van Conan Doyle, The Final Problem, en ook op de Endlösung van de nazi’s; het verhaal speelt zich af in 1944 en gaat onder andere over een Duits-Joods vluchtelingetje dat in het gezin van een Britse anglicaanse geestelijke is opgenomen. De vertaling is nog niet verschenen. Dit soort werk ligt blijkbaar momenteel niet zo lekker in de markt: het is bepaald geen makkelijk consumptieproza en het veronderstelt bij de lezer geduld, enige historische kennis, een bepaald gevoel voor humor en veel belangstelling voor taal. The Final Solution is een ode aan het werk van Conan Doyle, een pastiche op diens Sherlock Homes-verhalen in het vindingrijke, ongewone, muzikale, ritmische, geestige proza van Chabon. Een genrestuk, een period piece, net als Gentlemen of the Road, dat ik net als een aantal eerdere romans van Chabon samen met Christien Jonkheer heb vertaald. Het is erg jammer dat Christien voor onbepaalde tijd is gestopt met vertalen, want van haar nauwgezetheid en haar grote stijlgevoel heb ik veel geleerd. Zelf ben ik soms geneigd bepaalde knopen met het oog op de dreigende deadline wat al te overhaast door te hakken, maar dat stond zij nooit toe. Bovendien begon zij altijd op tijd en daarin schiet ik weleens tekort, want mijn tijdsbesef laat veel te wensen over. The Final Solution was na lange tijd de eerste tekst van Chabon die ik in mijn eentje moest vertalen. Het gaf me een wat verweesd gevoel.
Ik meende het gekozen fragment door en door te kennen. Maar naast mij zat mede-moderator Susan Massotty, native speaker en zeer ervaren ‘andersomvertaler’. Uit haar deskundige, rake observaties bleek dat ik toch nog het een en ander over het hoofd had gezien. Wat een nauwgezet, muzikaal, erudiet millimeterwerk! Een feestmaal voor de vertaler, nóg subtieler en heerlijker dan ik me destijds blijkbaar had gerealiseerd. Ik durf mijn eigen vertaling - waar ik trouwens door omstandigheden nu even niet bij kan - bijna niet meer terug te lezen. Wat zou ik veel dingen anders doen na deze boeiende gedachtewisseling met collega’s!
Gelukkig moeten de drukproeven nog langskomen, dus kan ik nog van alles verfijnen, en dat zal ik zeker doen. Met veel dank aan Susan Massotty en deelnemers Gerdien, Marceline, Marga, Inge, Nico, Thea, Jeske, Kitty, Elisabeth en Nancy.



Reacties: