Algemene ingangseisen

Het ingangsniveau kan van cursus tot cursus verschillen, maar een algemeen principe is dat de vertaalcursussen niet bedoeld zijn voor taalverwerving. Dat betekent dat bij cursisten in ieder geval een grondige kennis van de brontaal wordt verondersteld, zodat de tijd tijdens de cursus optimaal kan worden besteed aan het vergroten van specifieke vertaalvaardigheid - aan analyse van de brontekst en interpretatie, verkenning van omzettingsprocedés, onderlinge vergelijking van gekozen oplossingen en dergelijke.

Bij alle cursussen geldt enige vorm van vertaalervaring als minimumvereiste. Dat kan ook ervaring als (niet-literaire) vaktekstvertaler zijn, of vertaalervaring die in het kader van een opleiding is opgedaan.

Voor sommige cursussen zijn de gestelde eisen hoger: daarvoor geldt dat vertalers met aantoonbare literaire vertaalervaring (een of meer gepubliceerde titels) de voorkeur genieten. Dat betekent dat als er méér kandidaten zijn dan het aantal dat voor een proefvertaling in aanmerking komt (dat aantal is om praktische redenen beperkt), degenen zonder literaire vertaalervaring al zonder proefvertaling afvallen.

Aan die cursussen doen soms ook zeer ervaren vertalers mee. Er is dan een niveauverschil tussen beginnende en ervaren vertalers, maar dat hoeft niet nadelig te zijn: de beginnende vertalers kunnen van hun ervaren collega's leren, terwijl een cursus ook voor ervaren vertalers nieuwe impulsen kan inhouden.

Als vereiste vooropleiding geldt een opleiding op het niveau van HBO of Hogeschool, maar een diploma is niet per se nodig: aan dat niveau gelijkwaardige beroepservaring kan ook volstaan. Bij alle cursussen wordt de vertaalvaardigheid van kandidaten getoetst door middel van een proefvertaling, die door deskundige beoordelaars wordt nagekeken. Bij de selectie voor de cursus speelt de kwaliteit van de proefvertaling een belangrijke rol.

Specifieke informatie over ingangseisen vindt u bij de cursussen zelf.