Mentoraat Laura van Campenhout

Laura_van_Campenhout_Rode_hond_rode_hond.jpgToen ik in november 2008 op uitnodiging meedeed aan de intensieve cursus Literair Vertalen van het ELV, had ik van uitgeverij Signatuur net opdracht gekregen voor een boekvertaling: ‘Red Dog Red Dog’ van de Canadese auteur Patrick Lane, het romandebuut van een dichter die al meer dan 45 jaar actief literatuur bedrijft en diverse bekroonde poëziebundels op zijn naam heeft staan. Met zo’n voorgeschiedenis lag het voor de hand dat Lane zich ook in zijn proza van de nodige beeldtaal zou bedienen. Ik had me voorgenomen om ruim de tijd te nemen om me ‘in te lezen’ in het oeuvre van de dichter, en toen tijdens de ELV-cursus in Utrecht over het mentoraatsysteem werd verteld, leek de roman van Lane me een ideaal project voor een mentoraatsvertaling. Ik schreef een voorstel, het ELV was het ermee eens en op mijn voordracht werd vertaalster Marianne Gossije gevraagd als mentor. In februari 2009 ging het mentoraat van start.

Marianne en ik zijn begonnen met het formuleren van een gedetailleerd werkplan. Ik had van de uitgever een ruime deadline gekregen (ik vertaal ‘halve dagen’ en doe de andere halve dagen redactioneel werk), maar Marianne drong er direct op aan nog een maand extra te vragen in verband met het mentoraat. De uitgever ging akkoord en we gingen aan de slag.
Gaandeweg is het aanvankelijke werkplan regelmatig bijgesteld. Niet alle tussendoor-deadlines werden gehaald. De eerste hoofdstukken waren het bewerkelijkst, omdat daar het meeste vertaalcommentaar op kwam. Naast concreet commentaar op de pagina formuleerde Marianne ook algemene ‘leerpunten’, die ik vervolgens toepaste in mijn vertaalwerk. Uiteindelijk kregen de vertaalde hoofdstukken een steeds uitgebreidere revisie van mijzelf voordat ik ze ter beoordeling naar Marianne stuurde.
Het overleg over de planning verliep na een eerste ‘live’ ontmoeting geheel via e-mail, en ook het vertaalcommentaar zond Marianne me digitaal toe. Ik draaide de door haar beoordeelde tekstdelen overigens wel uit zodat ik het commentaar in alle rust kon bekijken.
De algemene leerpunten die Marianne aanbood zijn heel divers: ik heb er een lijst van aangelegd zodat ze me ook later nog van pas kunnen komen. Het gaat om heel concrete zaken (eenvoud betrachten bij het vertalen van flora en fauna: ‘specht’ in plaats van ‘ivoorsnavelspecht’ ; vertaalfouten door ‘te kort door de bocht’ woorden opzoeken; anglicismen en ‘te dicht bij de brontekst blijven’ in formulering en woord/zinsdeelvolgorde). Heel algemeen gezegd had ik een flinke duw nodig om verder van het Engels af te durven gaan met mijn vertaling. Marianne heeft me daar diverse concrete handreikingen voor gegeven, zodat ik die drempel (waarvan ik in theorie het bestaan wel wist) na verloop van tijd inderdaad kon nemen.
Het hardop lezen van de vertaalde zin helpt om te beslissen of het ook werkelijk klinkt zoals een Nederlandse literaire tekst hoort te klinken. De beschrijving van handelingen (bvb een hectisch gebeuren als een hondengevecht, maar ook een simpele handeling zoals iemand die van de keuken naar de slaapkamer loopt) en natuurverschijnselen, de inrichting van een vertrek: het moet allemaal logisch klinken, de lezer moet het beschrevene voor zich kunnen zien en er zeker niet door in verwarring raken. De wijze waarop dergelijke zaken in het Engels en in het Nederlands wordt beschreven, loopt soms radicaal uiteen.
Vertaalvocabulaire: ik werkte voorheen met alsmaar uitdijende ‘lijstjes’ van lastige termen en woorden. Marianne wees er direct op dat het beter is om de probleemwoorden in de vertaling te laten staan, ‘dicht bij je tekst’. Zo kom je bij de herleesrondes de woorden weer op de juiste plek tegen, wat tijdsbesparend werkt. Bovendien houd je zicht op nog te nemen beslissingen.
Marianne heeft bij aanvang van het mentoraat mijn collectie naslagwerken beoordeeld en een aantal extra boeken aanbevolen, zoals, voor het vertalen, een Amerikaans slangwoordenboek, en voor deze specifieke boektekst, een Canadees-Engels woordenboek; voor de revisie van de Nederlandse tekst, het Combinatiewoordenboek en de Prisma Voorzetsels. Naast het WNT en de 3-delige VanDale heb ik met name ‘Het juiste woord’ (Brouwers) veel gebruikt. Daarnaast heb ik Patrick Lanes autobiografie en dichtbundels gelezen, maar bijvoorbeeld ook Gutersons ‘East of the Mountains/Over de bergen’ (vert. Graa Boomsma); deze roman speelt zich net als ‘Red Dog Red Dog’ in Brits Columbia af, met veel raakvlakken op geografisch gebied, wat me hielp om me een beeld te vormen van landschap, flora en fauna.
Onontbeerlijk voor mijn begrip van de brontekst bleken de toelichtingen van een (Amerikaanse) native speaker die de regio én de tijd waarin het boek speelt goed kent. Op zich zijn native speakers niet moeilijk te vinden, maar niet elke brontaalspreker heeft literaire ‘feeling’. Lane’s beeldtaal en zijn tijd- en streekgebonden uitdrukkingen vroegen vaak om een parafrase of analyse, zeker in gevallen waarin Marianne en ik er ieder ons eigen ‘ding’ in zagen, maar ook gewoon ‘voor de zekerheid’. Je kunt met dit soort dingen naar de auteur toe stappen, maar ik vond het prettig om mijn ‘dommere’ vragen spontaan op een geïnteresseerde derde af te kunnen vuren die het bronboek gelezen had en mijn probleemwoord of - passage dus in de juiste literaire context kon parafraseren. Hierdoor kon ik de vragen aan de auteur zelf tot een hanteerbare hoeveelheid beperken, en het hielp me ook om deze vragen duidelijker te formuleren. Op aanraden van Marianne had ik de auteur al in een vroeg stadium benaderd om me voor te stellen en te informeren of en wanneer hij benaderbaar was voor vragen. Lane heeft van harte meegewerkt en toen hij afgelopen zomer te gast was op het International Book Festival in Edinburgh, had ik geen vragen meer, maar het was leuk om hem te ontmoeten en hem te horen vertellen over de totstandkoming van deze roman.
Terwijl ik in Schotland was, lag mijn vertaling bij de persklaarmaker van de uitgeverij. Ik merkte dat ik dankzij de gedegen aanpak tijdens het mentoraat het commentaar van de pkm op een andere manier afwachtte, namelijk met het volste vertrouwen dat wat ik had aangeleverd, van goede kwaliteit was.

Het vertalen onder leiding van een mentor heeft me meer tijd gekost dan verwacht. Het is zeker niet zo dat een mentoraatsproject voor de vertaler tijdsbesparend werkt. Ik kon er gelukkig veel tijd in steken en, zeker niet onbelangrijk, ook de uitgever stond buitengewoon positief tegenover het project en verleende alle medewerking.
Voor mij persoonlijk was het halfjaar waarin ik aan deze boekvertaling werkte een ‘masterclass’ waarvan ik veel profijt heb gehad. Het mentoraat is een leervorm die direct vruchten afwerpt en dat bij volgende vertaalopdrachten blijft doen.

Laura van Campenhout
Breda, december 2009