Inkomensonderzoek Vlaamse vertalers

De Vlaamse Auteursvereniging (VAV) voert momenteel een langlopend onderzoek naar het inkomen en de sociaaleconomische situatie van auteurs in Vlaanderen. In een eerste fase waren de literaire auteurs aan de beurt, tijdens de tweede fase lag de focus op vertalers. De resultaten zijn bekend.

01 december 2011

Het onderzoek kwam tot stand met steun van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege, die via het Vlaams Fonds voor de Letteren een toelage voor het onderzoek beschikbaar stelde. Voor dit onderzoek deed VAV onder meer een beroep op de knowhow van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

De relatie tussen Nederland en Vlaanderen op vlak van literair vertalen is niet gelijkwaardig: alle grote uitgeverijen zijn gevestigd in Nederland, de Nederlandse afzetmarkt is groter dan de Vlaamse en zowel Nederlandse als Vlaamse uitgevers kiezen daarom vaak voor Nederlandse vertalers. In Vlaanderen zou hooguit een handvol vertalers voltijds actief zijn als literair vertaler. Hoog tijd dus om de sociaal-economische situatie van de Vlaamse literaire vertalers in kaart te brengen.

Vrijdag 2 december worden de resultaten bekendgemaakt op het internationale vertalerscongres PETRA. Daarna zal het volledige rapport online beschikbaar zijn. Hieronder volgt alvast een een samenvatting van de meest opvallende cijfers uit het onderzoek. 

 

Ze zijn hoog opgeleid, maar hoeveel verdient een literair vertaler?

De respondenten zijn opvallend hoog opgeleid: 90% behaalde een universitair diploma. Dit wijst op een professionele aanpak van het beroep, en volgens vertalers zelf is die opleiding onontbeerlijk om kwalitatief goede vertalingen te maken. Men moet niet alleen de brontaal beheersen, ook culturele en literaire achtergrondkennis is noodzakelijk.

39% van de respondenten is vertaler in hoofdberoep, een vrij hoog aantal. Maar onder dat statuut beoefenen de meeste vertalers andere activiteiten naast literair vertalen, vooral niet-literair vertalen, maar ook redactiewerk, copywriting, etc. Tegenover Nederland is het een laag cijfer: daar is 70% van de literaire vertalers voltijds aan de slag.

79% van de respondenten kan niet rondkomen met de inkomsten uit zijn of haar literair vertaalwerk, de helft onder hen zou dat wel willen. Een vertaler in hoofdberoep ontvangt volgens onze respondenten gemiddeld 1352 euro netto per maand voor zijn of haar literair vertaalwerk, of 787 euro netto per maand zonder subsidie. Vertalers in hoofdberoep die ook niet-literair vertalen ontvangen gemiddeld 9662 euro netto per jaar voor niet-literair vertaalwerk. Zij hebben een gemiddeld maandelijks inkomen van 1784 euro netto, of 1483 euro zonder subsidie.

Alle geïnterviewde vertalers bevestigen dat literair vertalen leuk werk is, uitdagend en creatief. Maar voltijdse vertalers spreken over een haalbare workload van maximum 3 boeken per jaar, of ongeveer 200.000 woorden, weliswaar afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de brontekst en brontaal. Meer boeken vertalen zou betekenen dat ze te snel moeten werken, en dus inboeten op kwaliteit. Rekening houdende met de vaste woordprijs van 6,3 eurocent zou een voltijds literair vertaler jaarlijks maximum 12.600 euro honorarium kunnen ontvangen. Zonder het inkomen van een partner, subsidie en/of inkomsten uit ander werk is dit voor geen enkele vertaler haalbaar.

Andere inkomsten

Alle respondenten hebben andere bronnen van inkomsten naast het literair vertalen. De meest genoemde zijn:

  • Een betaalde job naast het vertalen, vooral als ambtenaar of docent (55%)
  • Niet-literair vertaalwerk (39%)
  • Het inkomen van de partner (26%)
  • Pensioen (13%)

Tijdens de vorige fase van dit onderzoek, het inkomen van literaire auteurs, bleek dat de keuze om (voltijds) auteur te zijn vaak zowel emotioneel als financieel ondersteund wordt door een partner met een stabiel inkomen. Deze opmerking geldt ook voor de literaire vertalers: 92% van de vertalers in hoofdberoep heeft een partner.

Het is een moeilijk evenwicht tussen ander werk, zoals niet-literair vertalen, en literair vertaalwerk: niet alleen wordt niet-literair vertaalwerk beter vergoed (van 8, 12 tot zelfs 18 eurocent per woord), het is ook veel sneller te maken. Maar, hoe meer niet-literair vertaalwerk je doet, hoe minder tijd er overblijft voor het literaire vertaalwerk. Bovendien bouw je zo minder ervaring op, wat dan weer nadelig kan zijn ten opzichte van (Nederlandse) collega’s.

Vergrijzing

Er is sprake van vergrijzing: 61% van de literaire vertalers uit ons onderzoek is tussen 45 en 64 jaar oud. Drie kwart van de vertalers in hoofdberoep is minstens 45 jaar oud. Een gebrek aan enthousiasme is er volgens geïnterviewde vertalers niet, maar jongeren die voor het vak willen kiezen, hebben het heel moeilijk om een eerste opdracht te krijgen. Velen geven het op en kiezen voor een job met een zekerder inkomen. De oudere vertalers hebben vaak geen afbetalingen meer, en minder of geen kinderen ten laste, waardoor het een minder groot risico is om de stap naar het vak te zetten. Opvallend is ook dat geen enkele vertaler alleenstaand is met een of meer kinderen ten laste.

 

Enkele aanbevelingen voor beleid, andere actoren en VAV

Opleiding:

1. Er wordt reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe masteropleiding Literair Vertalen, die vermoedelijk start vanaf september 2012. Maar ook in de bestaande talenopleidingen en opleidingen vertaalkunde moet er meer aandacht gaan naar aspecten van het literair vertalen. Nu wordt dit doorgaans zijdelings behandeld.

2. Literaire vertalers hebben meer opleiding/ondersteuning nodig op het vlak van ondernemerschap. Dat gaat van mondig zijn en netwerkvaardigheden tot het vinden en gebruiken van kwaliteitsvolle info over de zakelijke kant van het beroep.

Carrière:

3. Vertalers laten zich positief uit over mentoraten, waarin een gevestigde vertaler een minder ervaren collega bijstaat. Carrières van (beginnende) vertalers kunnen nog meer gestimuleerd worden aan de hand van deze mentoraten.

4. Nederland en het Noord-Nederlands domineren vooralsnog de literaire boekenmarkt. Duovertalingen van een Vlaamse en een Nederlandse vertaler kunnen de argwaan van uitgeverijen tegenover Vlaamse vertalers wegwerken. Hierdoor wordt het werk (en worden de kosten) van een redacteur (deels) vermeden. Meer Nederlandse opleiders kan een ander instrument zijn. (Tegelijk moet men de vraag blijven stellen naar de dominantie van het Noord-Nederlands, hoe ze tot stand komt, of ze verschuift en wat ze concreet inhoudt.)

5. Vertalers die dat willen, kunnen als kenners van een auteur/cultuur lezingen geven. De verantwoordelijken voor auteurslezingen moeten vertalers actiever werven om op hun lijsten te staan/ze in hun aanbod op te nemen. Zij kunnen ook de naamsbekendheid van vertalers promoten.

6. Vertalers die al een carrière achter de rug hebben, worden niet beter verloond. Dat heeft te maken met vaste parameters: de vaste woordprijs, eventuele subsidies, het maximaal haalbare vertaalvolume in een bepaalde tijdsspanne... Extra aandacht voor de staat van dienst van een literair vertaler moet worden overwogen.

Symbolische én financiële waardering:

7. De zichtbaarheid van vertalers in artikelen, op websites etc. laat nog altijd te wensen over, net als de aandacht voor het werk van de literaire vertaler in de media. Dit is een verantwoordelijkheid van alle betrokkenen (organisatoren, uitgevers, journalisten, etc.)

8. Vertaalopdrachten voor literaire tijdschriften verdienen een betere verloning dan nu vaak het geval is.

9. Een Vlaamse vertalersprijs, die geïntegreerd kan worden in de Vlaamse Cultuurprijzen, zou een belangrijke stap zijn voor de symbolische waardering van het vak.

10. Het contrast tussen de vergoeding voor niet-literair/technisch vertaalwerk enerzijds en literaire vertaalopdrachten anderzijds is erg groot. Meer marktcorrectie dringt zich op.

11. Een aantal grote (gesubsidieerde) cultuurhuizen, zoals theaterhuizen, opera’s, concertorganisatoren, etc., werkt met (literaire) vertalers. Ook zij moeten aandacht hebben voor de symbolische en financiële waardering van het vak. Die laat nu soms te wensen over, zoals bij andere actoren.

Subsidies:

12. Inzake het subsidiebeleid heeft een aantal vertalers vragen bij de beoordelingsprocedure, die nu het zwaartepunt legt bij het laatst vertaalde werk. Er wordt gepleit voor een beoordelingssysteem op langere termijn, bijvoorbeeld het vertaalde werk van de voorbije drie jaar.

13. Een aantal vertalers vraagt zich af of de subsidies niet kunnen worden uitgebreid naar ‘minder literaire genres’, bijvoorbeeld misdaadliteratuur. Dat kan het klimaat rond het literair vertalen in ruime zin in Vlaanderen bevorderen.

Vlaamse Auteursvereniging:

14. VAV werkt aan het informeren van literaire vertalers: over (aanvullende) opleidingen (zoals die van het Expertisecentrum Literair Vertalen), over hun rechten als auteurs, over gangbare tarieven, etc.

15. Tot vandaag werken Vlaamse vertalers, het Vlaams Fonds voor de Letteren en uitgevers die dat willen met het Nederlandse modelcontract. VAV wil een verplichtend Vlaams modelcontract en zal daarover binnen afzienbare tijd onderhandelen met de VUV.

16. VAV maakt van de symbolische waardering een strijdpunt en wijst opdrachtgevers die ter zake in gebreke blijven op hun verantwoordelijkheid.

17. VAV ijvert voor meer solidariteit tussen vertalers. Een verenigd front heeft een sterkere onderhandelingspositie, zoals blijkt in enkele andere landen in Europa.

18. VAV werkt aan bewustmaking: bij veel opdrachtgevers moet het besef nog doordringen dat literaire vertalers correct moeten worden betaald voor hun werk en dat literair vertalen eigen vaardigheden veronderstelt waar niet alle vertalers over beschikken.

 

 

Reacties:

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.