In het collegejaar 2009-2010 ontving Yuan (Sofie) Sun een ELV-studiebeurs, zodat zij in Nederland een Masteropleiding Dutch Studies kon volgen met speciale aandacht voor literair vertalen. Hiermee hoopt ze haar droom om literair vertaler Nederlands-Chinees te worden waar te kunnen maken.
Hieronder volgt een verslag van haar ervaringen.
Ik ben Yuan SUN: studente Nederlands en Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Leiden. Mijn Nederlandse naam is Sofie, deze naam is mij door mijn Nederlandse docent Anton Lustig gegeven.
Ik heb al vijf jaar Nederlands gestudeerd. De eerste twee jaar daarvan was ik studente Nederlands aan Beijing Foreign Studies University (Beiwai). Veel mensen hebben me gevraagd waarom ik Nederlands wilde studeren. Als je in China aan de universiteit wilt studeren, moet je aan het nationale examen deelnemen. Ondertussen kiezen sommige universiteiten goede studenten uit om examens te doen. Als de studenten hiervoor geslaagd zijn, dan hoeven ze niet meer aan het nationale examen mee te doen en worden ze direct tot de universiteit toegelaten. Ik ben een van deze gelukkige studenten die van tevoren werd toegelaten door Beijing Foreign Studies University. Elk jaar zijn er verschillende talen die gekozen kunnen worden. In 2005 kon ik onder andere kiezen voor Nederlands, Spaans of Zweeds. Toen ik heel jong was, werd ik aangetrokken door de Nederlandse tulpen die ik op tv had gezien. Door een Chinese film Wie ben ik maakte ik kennis met de stad Amsterdam en klompen. Dus in mijn ogen was Nederland altijd al een mooi land. Bovendien was het voor het eerst dat de universiteit ook een opleiding Nederlands aanbood, dus eerder heeft niemand het Nederlands geleerd. Dat betekent dat de concurrentie om werk te vinden kleiner is. Na veel overwegingen heb ik het Nederlands gekozen en in september 2005 begon ik aan de studie.
Tijdens deze twee jaar heb ik veel basiskennis van het Nederlands geleerd en hebben we in de colleges leren luisteren, spreken, lezen en schrijven van makkelijke artikelen. We hebben ook kennisgemaakt met Nederlandse studenten die als uitwisselingsstudent in China studeerden.
In 2007 kregen twee van de vierentwintig studenten de kans om Nederlands aan de Universiteit Leiden te gaan studeren. Het was een soort samenwerking van de Universiteit met het NLPVF (nu het Nederlands Letterenfonds). Na systematische studie van Nederlands en Nederlandse letterkunde zullen de twee studenten in de toekomst Nederlandse literaire werken in het Chinees vertalen, dat wil zeggen dat ze vertaler zullen worden. Toen was de enige eis daarvoor dat je van literatuur moest houden en er interesse voor moest hebben. Toen ik nog drie of vier jaar oud was, leerden mijn ouders me veel traditionele Chinese gedichten. Ze lazen ook veel sprookjes aan me voor. Dat vormde een rijke ondergrond voor mijn latere grote interesse voor de literatuur. In feite is alleen interesse niet genoeg omdat de studenten voor de tentamens van de Universiteit Leiden moeten slagen. Dus op basis van cijfers en concrete situaties van elke student hebben de docenten uiteindelijk twee studenten gekozen en ik was een daarvan.
In augustus 2007 beëindigde ik mijn studie in Beijing en in september begon ik mijn nieuwe leven in Leiden in Nederland. Binnen twee jaar (2007-2009) heb ik de bachelorstudie afgemaakt en heb ik veel geleerd. In China is de leerstof beperkt en hier heb ik veel gelezen over Nederlandse geschiedenis, literatuur, cultuur, taalkunde, kunst en dergelijke. Ik ben vooral aangetrokken door de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur. Ik vind het een heel bijzonder en interessant genre, vooral ook omdat wij in China dit soort literatuur wel kennen, maar daar staat het meestal ver af van het gewone leven van kinderen. Veel Chinese kinder- en jeudliteratuur gaat over dieren, terwijl we in de Nederlandse jeugdliteratuur de wereld van kinderen en hun gedachten ervaren. Ze zijn kinderlijk maar niet kinderachtig. Kinderen genieten van deze boeken, terwijl ze ook iets van de boeken kunnen leren. Dus ik kreeg een idee dat ik misschien na de studie met het vertalen van dit soort literatuur kon beginnen. Mijn bachelorscriptie gaat ook over kinder- en jeugdliteratuur en de titel daarvan is Uit het leven van Dik Trom - een tijdloze klassieker of een product van zijn eigen tijd? Tijdens de afgelopen twee jaar heb ik ook aan de vertaalworkshop Nederlands-Chinees van het Nederlands Letterenfonds deelgenomen en daar heb ik veel nuttige en praktische kennis geleerd. Dus alles laat me geloven dat het leuk is om een literaire vertaalster te worden.
In 2009 begon ik met de masterstudie Nederlandse letterkunde. In het studiejaar 2009-2010 heb ik veel meer met literair vertalen gedaan: de Zomercursus Literair Vertalen van het Expertisecentrum Literair Vertalen, colleges Literair Vertalen en Vertaalwetenschap, een werkstuk over het zelfstandige onderzoek van de Chinese versie van Jip en Janneke en mijn masterscriptie over het vertalen van Dagboek van een poes van Remco Campert. Na het laatste tentamen ben ik begonnen met de proefvertaling van het kinderboek Jubelientje en haar liefste oma. Jubelientje is een serie van Hans Hagen met de illustratie van Philip Hopman. Chinezen zijn al bekend met de serie Jip en Janneke en deze serie is in China goed ontvangen. Dus met het succes daarvan is het misschien makkelijker voor Chinezen om met kinderen zoals Jubelientje, Dirk-Jan en natuurlijk ook de lieve oma vrienden te maken. Tijdens dit studiejaar worden de theorieën goed gecombineerd met het toepassen in de praktijk, waar ik in mijn latere loopbaan als literaire vertaalster veel aan zou hebben.
Van drie jaar leven en studeren in Nederland heb ik veel geleerd en ben ik zelfstandiger geworden. Mijn kennis is vergroot en mijn blik is verbreed. Ik voel me gelukkig dat ik in Nederland ben gebleven en heb gestudeerd. Het zal zeker een grote invloed op mijn latere leven hebben. Yuan (Sofie) Sun



Reacties: