Wir haben einander liebgewonnen

Van 14 tot 19 november 2016 vond de allereerste Duits-Nederlandse Vice-Versa-workshop plaats in het Europäische Übersetzer-Kollegium te Straelen. Anne Folkertsma, een van de moderatoren, doet verslag van deze bijzondere workshop.

30 november 2016

Wir haben einander liebgewonnen – zijn we nu ‘op elkaar gesteld geraakt’ of ‘vinden we elkaar gewoon leuk’? 

Door: Anne Folkertsma

 

Een kennismakingsspel met een bolletje wol leek ons geen goed begin…

Van 14 tot 19 november 2016 modereerden Gregor Seferens en ik de eerste Nederlands-Duitse ViceVersaWorkshop in het Duitse Straelen. Hier bevindt zich het Europäische Übersetzerkollegium, een paradijselijk vertalershuis met een 125.000 titels tellende bibliotheek, goede digitale faciliteiten, 30 kamers, overal werkplekjes en zithoekjes, en tot slot een fraaie lichte vergaderruimte. (Iedere serieuze vertaler mag er gratis komen werken als er plek is. Een aanrader.)

Voor de Duitsers is een meerdaagse workshop met vertalers ‘in twee richtingen’ een beproefd concept, dat al jarenlang wordt toegepast voor vele talenparen – vaak afwisselend in beide landen. Het ViceVersa-programma, bedoeld om dergelijke workshops binnen een vaste structuur te faciliteren, is in 2010 opgezet door het Duitse Übersetzerfonds en de Robert Bosch-Stiftung en wordt structureel ondersteund door de Kunststiftung Nordrhein-Westfalen en het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is een soort intervisiegroep, gebaseerd op lopende vertalingen van de deelnemers, waarbij intensief onderzoek van de vertalingen en het ontrafelen van de daarin optredende structurele vertaalproblemen hand in hand gaan. Juist door met een intercultureel gezelschap te werken doe je een schat aan informatie op over de nuances van de taal en literatuur van de ander én die van jezelf. Er kan naderhand internationale samenwerking ontstaan tussen vertalers onderling, maar ook binnen de groep als geheel.

Elke editie moet worden ondersteund door het partnerland: vice versa. Aan deze workshop droegen het Expertisecentrum Literair Vertalen, de Taalunie, het Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren bij. Eén taalgebied, maar twee landen.

Voor moderatoren en deelnemers was het een sprong in het diepe, het was immers de eerste Nederlands-Duitse editie. Gelukkig kwam iedereen ook zonder bolletje wol snel los, want er viel veel te bespreken, werd hard gewerkt en gelukkig ook veel gelachen.

Wat er bij het doornemen van de tien vertalingen zoal aan het licht kwam? Bijvoorbeeld intertekstualiteit: Weitlings Sommerfrische van Sten Nadolny werd in verband gebracht met de novelle Ein fliehendes Pferd van Martin Walser, die er een nieuw licht op werpt. En de invloed van absurdist Daniil Charms bleek heel groot op het intrigerende debuut Mein Vater war ein Mann an Land und im Wasser ein Walfisch van de Zwitserse Michelle Steinbeck, die absoluut een Nederlandse uitgever verdient.

 

        

 

De kanttekeningen bij twee teksten van Zwitserse origine door een native speaker deden de Nederlanders beseffen hoezeer ze bij het vertalen van Zwitserduits op hun hoede moeten zijn. Ook verschillen tussen Noord- en Zuid-Duits, Vlaams en Nederlands kwamen aan bod. We betreurden het geen Vlaming in ons midden te hebben.

Boeiend was de sessie over een Vlaamse literaire thriller, die zich afspeelt in Berlijn tijdens het interbellum. Hoe spring je in de Duitse vertaling om met als couleur locale ingevoegd Duits? En wat te doen als je steeds een portie tekst binnenkrijgt en die eigenlijk nog een fikse redactieronde zou kunnen gebruiken?

Dover van Gustaaf Peek werd door zijn bevlogen vertaalster met veel verve gepitcht. Peek maakt het de lezer niet makkelijk: de hoofdpersonages krijgen héél geleidelijk contouren – wat de roman subtiel en spannend maakt. We nemen enkele pagina’s onder de loep. Bij Peek mag je als vertaler geen uitleg invoegen, al vallen sommige deelnemers meteen over een begrip als ‘slangenkop’. De roman is zo gepolijst, zo weldoordacht, dat meer weggeven of uitleggen in de vertaling de kern ervan teniet zou doen.

Uiteindelijk blijkt Wirkungsäquivalenz essentieel: om bij de lezer van de doeltaal eenzelfde effect te bereiken als bij lezers van de brontaal moet aan elke vertaling een grondige stijlanalyse voorafgaan.

Die leverde soms verrassende uitkomsten op: zo bleek de opening van Wolkers’ Serpentina’s petticoat voor de Nederlanders doordesemd van de beweging in de natuur, terwijl de vertaler zich vooral had geconcentreerd op het historische karakter van het verhaal en liefst licht archaïserend wilde vertalen. Hij kreeg fiks tegenwind: wij Nederlanders ervaren Wolkers als natuurman. Juist het dynamische karakter moest volgens ons in vertaling gewaarborgd zijn, net als de laagdrempeligheid voor lezers van zijn tijd. Wij pleitten voor een bondige, toegankelijke Wolkers-vertaling.

We gaan in op de situationele vertaling: bij dialogen kun je soms beter uitgaan van de situatie dan van ‘wat er staat’. (Wat zegt de postbode in jouw land als hij een pakje overhandigt?) We onderzoeken de strategie compensatie, die onder andere heel vaak moet worden toegepast in de vertaling van Mens dier ding van Alfred Schaffer. Dat epische gedicht vergt een vrijmoedige vertaler, iemand die even gewaagd en creatief durft te herscheppen als de auteur zelf schept.

Waar mijn titel vandaan komt? Uit Nachts ist es leise in Teheran van Shida Bazyar, waarin schoolmeisjes het hebben over elkaar ‘lieb gewinnen’. Voor de als rode draad in die roman terugkerende conjunctieven na ‘ich stelle mich vor…’ verzinnen we zoveel mogelijk oplossingen zonder ‘zou’.

Aan het eind van de workshop leidt Hool, het debuut van Philipp Winkler, tot een soort jamsessie. Mooie oplossingen om de hooligantaal in vertaling nog kernachtiger te maken, buitelen over elkaar heen. Collectief schrappen we tot de taal messcherp wordt. Prachtig, een boek dat de lezer aanvalt – en toch zit je in het hoofd van die hooligan, wil je erin zitten en er niet meer uit. Eén zo’n sessie geeft je energie voor je hele vertaling.

Voor alle betrokkenen was het een onvergetelijke, inspirerende ervaring. Dit verslag geeft niet meer dan een indruk van alles wat we van elkaar hebben geleerd over de teksten, vertalingen, talen, vertaalstrategieën, stijlmiddelen en hun effect, verschillen in literaire smaak, de marktpositie van de vertaler in beide landen… We zijn nog lang niet uitgepraat en hopen van ganser harte dat dit initiatief een vervolg zal hebben – in 2017 in Nederland of Vlaanderen of in 2018 in Duitsland.