Wat moet er allemaal in een leesverslag staan?

Bij de acquisitie van nieuwe titels maakt de fondsredactie van een uitgeverij gebruik van diverse informatiebronnen. Het leesrapport is er een van; het titeldossier aangeboden door de buitenlandse uitgever of literair agent is een ander. Beide documenten spelen een belangrijke rol in de besluitvorming van de uitgever. Voor de uitgever, maar ook voor de fondsredacteur, is het ondoenlijk alle te verwerven titels van A tot Z te lezen; vaak vormt daarbij de brontaal ook een drempel. Daarom worden in het leesrapport zoveel mogelijk facetten van een boek beschreven en geanalyseerd. Ook na acquisitie wordt de informatie uit het rapport gebruikt, bijvoorbeeld voor het bepalen van de marketing- en verkoopstrategie. Elke uitgeverij zal haar eigen specifieke richtlijnen hebben voor een leesrapport. Idealiter bevat het rapport in ieder geval de volgende onderdelen:

  1. Bibliografische gegevens
    Titel, auteur, uitgever, jaar van publicatie, taal, aantal pagina’s, uitvoering (noem bvb afwijkende lettertypes, bijzondere opmaak, foto’s of illustraties, landkaart).
  2. Auteur
    Leeftijd, land van herkomst, oeuvre (onderverdeeld naar genre), andere werkzaamheden, literaire prijzen, bekendheid, succes in eigen land en in andere landen; raadpleeg hiervoor eventueel ook bronnen buiten het boek.
  3. Samenvatting
    Beschrijf de inhoud van het boek in grote lijnen; beperk je hierbij tot de kern van het verhaal (beperk je tot 750 woorden).
  4. Personages
    Beschrijf de belangrijkste personages: naam, karakter, functie in het verhaal, onderlinge relaties.
  5. Kenmerken
    Leg uit wat voor soort verhaal het is aan de hand van genre (roman, thriller), vertelwijze (klassiek, experimenteel) en vertelvorm (verhouding dialoog/beschrijving), stijl (bloemrijk, lyrisch, compact, zakelijk), verhouding tot maatschappij (actueel, kritisch), uniciteit (lijkt het op andere boeken, is het trendy).
  6. Thema’s
    Noem het achterliggende thema; beschrijf waar het boek los van het verhaal over gaat.
  7. Titel
    Verklaar de titel en stel een (werk)titel voor de Nederlandse editie voor.
  8. Oordeel
    Geef je mening over het boek met argumenten en voorbeelden. Voor welk type lezer is het boek geschikt?

Werk deze punten een voor een af in een beknopte, zakelijk geformuleerde rapportage. Schrijf korte, duidelijke zinnen en zorg voor een glasheldere argumentatie. Houd het verschil in de gaten tussen een leesrapport en een recensie: een recensie richt zich tot mogelijke lezers en kan dus niet te veel verklappen, terwijl een leesrapport bruikbaar moet zijn voor mensen die het boek juist niet zullen lezen.

Met dank aan Laura van Campenhout

Meer vragen over vertaalopdrachten werven