Verslag Literaire Vertaaldagen 2022

12 juli 2022

Afgelopen 1 en 2 juli vonden de Literaire Vertaaldagen 2022 weer plaats in Amsterdam, met als thema 'Een leven lang leren'. Romy van den Akker schreef er een terugblik over.

Na een uitgebreide online editie in 2020/2021 stroomde de Rode Hoed op vrijdag 1 juli weer vol met vertalers in en uit het Nederlands. De Literaire Vertaaldagen konden gelukkig weer live plaatsvinden, en ook de livestream werd flink benut om de lezingen van de symposiumdag te volgen. De traditionele workshopdag op zaterdag had dit jaar een nieuwe opzet en bestond uit maar liefst twintig wat kortere workshops – met uiteraard ruim aandacht voor vertaalproblemen maar ook voor het pitchen van je vertaling, sensitivity reading, redigeren, presenteren en veel meer vakgerelateerde onderwerpen. Romy van den Akker schreef er een verslag over.

Marije de Bie, coördinator van het Vertalershuis in Amsterdam, heette iedereen welkom en verwees in haar openingsspeech (hier te lezen) naar de vertaler als uomo universale. In de Renaissance ging men ervan uit dat mensen zichzelf alles kunnen aanleren, maar inmiddels weten we dat dat wel een erg optimistisch mensbeeld is. Zelfs vertalers kunnen blinde vlekken hebben, ondanks hun enorme bagage en aangeboren empathie. Het organisatiecomité koos ervoor om juist deze blinde vlekken tot rode draad in het programma te maken. Ook stond de zaal een kort moment stil bij Keti Koti. Nederland heeft immers veel te lang de ogen gesloten gehouden voor het slavernijverleden, dat op 1 juli, dezelfde dag als het symposium, wordt herdacht. 

Uit de lezingen blijkt dat de meeste vertalers niet bang zijn om hun eigen kennis aan te vullen. Hoogleraar Computationele literatuurwetenschap Karina van Dalen-Oskam laat zien dat software hier ondersteuning in kan bieden. Zij vraagt of er in de zaal behoefte is om eigen vertalingen te analyseren door middel van een computerprogramma. Daarbij gaat het vooral om woordgebruik of woordcombinaties en zaken als zinslengte. Die behoefte is er inderdaad. Een dergelijk programma kan inzicht bieden in de stijl die je als vertaler hebt, maar ook in eventuele valkuilen die bepaalde talencombinaties met zich meebrengen. 

De lezing van Lynn Brown geeft inzicht in de manier waarop een sensitivity reader behulpzaam kan zijn. Deze kijkt voor verschijning mee naar een manuscript om te zien of er bijvoorbeeld onnodige en schadelijke stereotypen in een boek staan. Jurriaan Rammeloo heeft vanuit KVB Boekwerk een oriënterend onderzoek gedaan om uit te vinden hoe het boekenvak tegenover het thema diversiteit staat, maar duidelijk is dat we hier een stuk minder ver in zijn dan in de Verenigde Staten. In Nederland wordt vooralsnog weinig gewerkt met sensitivity readers, terwijl deze meelezers nuttige tips kunnen geven om iets te beschrijven, zonder dat de artistieke waarde van een tekst onderuit wordt gehaald. Welke zichzelf respecterende auteur wil zich immers in clichés uitdrukken?

Brown gaat in gesprek met de zaal en er ontstaat een interessante discussie met het publiek. Is het bijvoorbeeld wenselijk om het taalgebruik in literaire klassiekers aan te passen? Of wat te doen wanneer een boek gaat over de LHBTIQ+-gemeenschap en jij de enige bent die de brontaal machtig is, maar zelf niet tot die gemeenschap behoort? Direct hierna vormt de voordracht van Daniëlle Zawadi aan de hand van de tekst Zeg maar vertalen is kunst een poëtische echo van deze maalstroom aan actuele vragen.

Tijdens de workshop redigeren van Nienke Beeking komt aan de orde dat het vermelden van discriminerende scheldwoorden een bepaalde functie kan hebben in een tekst. In zo’n geval is het weglaten ervan geen optie. Maar als je je bewust bent van je eigen perspectief en de beperkingen daarvan, kom je al een heel eind. Op die manier zijn er in de toekomst hopelijk niet eens meer sensitivity readers nodig. Ook Lynn Brown vindt het belangrijker dat bijzondere boeken worden vertaald, dan de vraag door wie ze worden vertaald. Maak gebruik van je netwerk en van meelezers!

Nico Groen heeft veel ervaring met het vertalen van natuurboeken. Hij loopt altijd de kans al dan niet subtiel commentaar te krijgen van biologen die een vertaalfout menen te bespeuren. Die biologen zijn dan misschien beter thuis in het jargon, maar Groen weet wat hem te doen staat. Alle bloemen- en plantennamen kan hij nooit onthouden, dus bij iedere vertaling begint de speurtocht opnieuw. Dat is wat hem fris houdt. Zijn ultieme vertalersdroom is het vertalen van Darwin. Wie weet komt een van de oervaders van de biologie ooit nog eens op zijn pad. De volledige lezing van Nico Groen is ook te lezen op de Kennisbank van het ELV.

De lezing van Nisrine Mbarki kunnen we interpreteren als een pleidooi voor het ontdekken van de Arabische literatuur én voor het doen van onderzoek. Mbarki pakte dat grondig aan: meer dan een jaar lang dook ze in de achtergronden van Abu Hayyan Al Tawhidi (1984), een toneelstuk met maar liefst 42 personages, waaronder filosofen en wetenschappers uit de rijke Arabische geschiedenis. Naast deze historische achtergrond had de theatertekst van Tayeb Saddiki bij de première in de jaren tachtig een politieke urgentie, die nog altijd relevant is. Gezien de rijkdom van de Arabische literatuur ziet Mbarki ruimte voor veel meer vertalingen uit het Arabisch. Nu zijn het er hooguit vijf per jaar. 

In een van de workshops op zaterdag blijkt dat vertalers dankzij de straattaal in Nederland ongemerkt toch iets leren over de Arabische taal. Khalid Mourigh vertelt dat veel woorden die de jeugd gebruikt zijn afgeleid uit het Sranantongo, maar het Marokkaans Arabisch is de lijm en geeft het accent. De opdracht was om de volgende dialoog uit het Jafaican (Jamaicaans Engels) te vertalen in Nederlandse straattaal: “Safe, man. You lookin buff in dem low batties. Dey’s sick, man. Me? I’m just jammin wid me bruds. Dis my yard, innit? Is nang, you get me?”Straat- en jongerentaal is erg vluchtig en aan voortdurende verandering onderhevig, daarom zijn er geen woordenboeken beschikbaar, maar dankzij Khalid hebben de workshopdeelnemers de basis geleerd en weten ze in welke hoek ze kunnen zoeken. 

Gerd Busse geeft een mooie draai aan het thema als hij zegt dat je als vertaler een leven lang een vervolgopleiding volgt. Hij was gewend zichzelf (of beter: zijn eigen vertaaloplossingen) continu te wantrouwen, totdat het moment kwam dat hij in Duitsland werd gezien als expert op het gebied van de cultuur van Nederland en België, twee landen waar hij dankzij de literatuur zo in thuis was geraakt. Is Het Bureau van Voskuil immers niet te lezen als een cultuurgeschiedenis? Jos Vos is als Vlaamse vertaler woonachtig in Engeland na een lange vertaalcarrière zeer goed thuis in de Japanse cultuur. Maar hij is ook openhartig over een minder leuke kant van het vertalen. Drie jaar lang heeft hij gezwoegd op een vertaling, en wat kreeg hij daarvoor terug? Eén recensie, gelukkig in een kwaliteitskrant. 

Aan het eind van de middag ontvangen Josephine Rijnaarts en Veronika ter Harmsel Havlíková de Letterenfonds Vertaalprijzen van 2021 en 2022 – door corona kon de eerdere uitreiking niet doorgaan. Rijnaarts steekt alle vertalers een hart onder de riem: ‘Vertalen is het leukste wat er is. Als vertaler heb je geen ander genotsmiddel nodig’. Ook Ter Harmsel Havlíková spreekt enthousiast over haar loopbaan. In Tsjechië studeerde zij Nederlands en geïnspireerd door haar docent ging ze met een missie langs alle Tsjechische uitgevers om te laten zien dat de Nederlandse literatuur de stoerste literatuur van de wereld is. Met succes.

Na deze enthousiaste woorden van twee gelauwerde vertalers was het tijd om met elkaar het glas te heffen. Iedereen was zichtbaar opgetogen elkaar na twee jaar weer in levenden lijve te kunnen zien. De sfeer tijdens de borrel had niet beter kunnen zijn: een mooie afsluiting van een geslaagde dag.

 

    Karina van Dalen-Oskam. © Foto: Chris van Houts
    Karina van Dalen-Oskam. © Foto: Chris van Houts
    Lynn Brown. © Foto: Chris van Houts
    Lynn Brown. © Foto: Chris van Houts
    Nico Groen. © Foto: Chris van Houts
    Nico Groen. © Foto: Chris van Houts
    Nisrine Mbarki. © Foto: Chris van Houts
    Nisrine Mbarki. © Foto: Chris van Houts
    Gerd Busse. © Foto: Chris van Houts
    Gerd Busse. © Foto: Chris van Houts
    Veronika ter Harmsel Havlíková (l) en Josephine Rijnaarts (r). © Foto: Chris van Houts
    Veronika ter Harmsel Havlíková (l) en Josephine Rijnaarts (r). © Foto: Chris van Houts