Cultuurspecifieke elementen in vertalingen

Onder cultuurspecifieke elementen verstaan we doorgaans elementen als straatnamen, historische figuren, eigennamen of kunstwerken die vaak vertaalproblemen opleveren. Of zoals Javier Franco Aixelá ’het formuleert: ‘die tekstueel manifeste elementen waarvan de functie en connotaties in de brontekst een vertaalprobleem met zich meebrengen bij overzetting naar een doeltekst omdat het element waarnaar verwezen wordt of niet bestaat of een afwijkende intertekstuele status heeft in het cultuursysteem van de lezers van de doeltekst.’[1]

Javier Franco Aixelás ‘Culture-specific Items in Translation’ (1996) in het kort

Door Janne Van Beek

 

Cultuurspecifieke elementen (CSE’s)

Onder cultuurspecifieke elementen verstaan we doorgaans elementen als straatnamen, historische figuren, eigennamen of kunstwerken die vaak vertaalproblemen opleveren.  Of zoals Javier Franco Aixelá ’het formuleert: ‘die tekstueel manifeste elementen waarvan de functie en connotaties in de brontekst een vertaalprobleem met zich meebrengen bij overzetting naar een doeltekst omdat het element waarnaar verwezen wordt of niet bestaat of een afwijkende intertekstuele status heeft in het cultuursysteem van de lezers van de doeltekst.’[1] Een klassiek voorbeeld is het Bijbelse ‘lam’, dat in de taal van bepaalde culturen, bijvoorbeeld de Eskimo-Aleoetische taalgroep (de Inuittalen), niet bestaat of geen connotatie van onschuld en hulpeloosheid heeft en bij het vertalen van de Bijbel in een van deze talen dus een CSE en vertaalprobleem is. In talen als het Engels, Nederlands of Spaans, waarin een lam een vergelijkbare intertekstuele lading draagt, is dit niet het geval.

Aixelá onderscheidt twee categorieën: eigennamen en idioom (Een parapluterm voor de objecten, instituties, gewoontes en opvattingen die eigen zijn aan een bepaalde cultuur en die niet onder de noemer van eigennaam vallen). ‘Conventionele’ eigennamen, eigennamen die we meestal als ‘betekenisloos’ ervaren, worden tegenwoordig meestal herhaald of getranscribeerd. Bij ‘sprekende’ eigennamen zijn op de een of andere wijze ‘gemotiveerd. Er wordt meestal gekozen om ze linguïstisch (denotatief of niet-cultureel) te vertalen.

Cultuurspecifieke elementen (CSE’s) en mogelijke vormen van manipulatie

Merk op dat tal van tekstuele factoren beïnvloeden welke vertaalstrategie wenselijk is en dat vertalers regelmatig verschillende strategieën inzetten om identieke, potentiële cultuurspecifieke elementen in dezelfde doeltekst te vertalen. Hieronder volgt een overzicht van volgens Aixelá mogelijke vertaalstrategieën die worden ingezet om CSE’s te vertalen, beginnend bij de strategie die de minste mate van interculturele manipulatie met zich meebrengt en opgedeeld in twee hoofdgroepen: handhaving en vervanging.

Handhaving

Herhaling

De vertaler behoudt zoveel mogelijk van de oorspronkelijke verwijzing en verhoogt daarmee vaak het exotische of archaïsche karakter van het CSE in de doeltekst.

Orthografische aanpassing

Waaronder procedures als transcriptie en transliteratie die met name worden toegepast om verwijzingen in een brontaal met een ander schrift, bijvoorbeeld het Russisch, te vertalen.

Linguïstische (niet-culturele) vertaling

Op basis van bestaande vertalingen in het intertekstuele corpus van de doeltaal, of de linguïstische transparantie van het CSE, kan er gekozen worden voor een verwijzing die denotatief dicht bij het origineel ligt maar toch zichtbaar toebehoort aan het culturele systeem van de brontekst. (Bv. pound à pond).

Extratekstuele toelichting

De vertaler hanteert een van bovengenoemde methoden, maar acht het enerzijds noodzakelijk om de betekenis of implicaties van het CSE toe te lichten en anderzijds onwenselijk om deze toelichting in de tekst te verwerken. Denk aan een voetnoot, eindnoot, verklarende woordenlijst, toelichting of vertaling tussen haakjes, cursiveren.

Intratekstuele toelichting

In tegenstelling tot de vorige methode kiest de vertaler ervoor om de toelichting van het CSE wel in de tekst te verwerken om zo de aandacht van de lezer niet af te leiden. (Bv. 10 Downing Street à 10 Downing Street, de ambtswoning van de Britse premier).

Vervanging

Synonymie

De vertaler vervangt het CSE door een synoniem of parallelle verwijzing. (Bv. cuppa Joe à kopje koffie à bakje troost)

Beperkte universalisering

De vertaler acht het CSE te onduidelijk of onnodig obscuur voor de doeltekstlezer en vervangt het door een meer algemene verwijzing die ook tot de broncultuur behoort, maar dichter bij de doelgroep ligt. (Bv. five grand àvijfduizend dollar).

Absolute universalisering

De vertaler vindt geen bekender CSE of verkiest de oorspronkelijke verwijzing helemaal van vreemde connotaties te ontdoen en vervangt het door een neutraler element. (Bv. a Chesterfield à een bank).

Naturalisering

De vertaler besluit om het CSE te vervangen door een verwijzing die eigen is aan het intertekstuele corpus van de doeltaalcultuur. (bv. pond à euro).

Weglating

Omwille van ideologische of stilistische redenen vindt de vertaler dat de relevantie van het CSE niet opweegt tegen de inspanning die het van de lezer zou vergen. Het kan ook dat de vertaler het CSE te obscuur vindt en niet bereid is of geen toestemming heeft om methodes zoals toevoeging toe te passen.

Autonome schepping

Een (weinig gebruikte) strategie waarbij de vertaler (of de opdrachtgever) besluit om een culturele verwijzing die niet in de brontekst voorkomt toe te voegen aan de vertaling.

Andere mogelijke strategieën die niet werden opgenomen in het overzicht zijn compensatie (weglating + autonome creatie: op een andere plaats in de tekst iets toevoegen met een vergelijkbaar effect), verplaatsing en afzwakking (een element dat op ideologische grond ‘te sterk’ of ongeschikt wordt geacht voor de doelcultuur door iets ‘zachter’ of geschikter vervangen).

Variabelen ter verklaring

Hieronder volgt eenbeperkt gehouden overzicht van de vele supratekstuele, tekstuele, intratekstuele en ‘inherente’ variabelen die het keuzeproces van de vertaler beïnvloeden. Aixelá onderscheidt supratekstuele, tekstuele, de aard van het CSE betreffende, en intratekstuele parameters.

Supratekstuele parameters verklaren bepalen de vertaalkeuze van een CSE aan de hand van factoren die niet rechtstreeks uit de spanning tussen brontekst en doeltekst zijn te verklaren.

Mate van linguïstische normativiteit

Het gezag van een organisatie of institutie die van hogerhand de linguïstische of stilistische conventies van de doeltaal bepaalt (bv.  de Académie Française) kan leidend zijn in de mate waarin interculturele manipulatie optreedt.

Aard en verwachtingen van potentiële lezers

Factoren als de verwachtingen, voorkennis en leeftijd van de doeltekstlezer die de vertaler voor ogen heeft, zijn vaak bepalend voor de keuzes die worden gemaakt.

Aard en doelen van de opdrachtgevers

Komt het doel van de opdrachtgever overeen met dat van de vertaler en met de sociale normen? Heeft de uitgever een specifiek beleid, bijvoorbeeld omtrent bepaalde genres? De persoonlijke voorkeur van de vertaler is soms ondergeschikt aan de normen die de opdrachtgever oplegt.

Werkomstandigheden, opleiding en sociale status van de vertaler

Een incorrecte vertaalkeuze valt soms te wijten aan hoge werkdruk, gebrekkige of het ontbreken van opleiding, onvoldoende honorering van de vertaler of een combinatie van dergelijke factoren.  Overigens zegt Aixelá dat deze parameter ‘vaak te snel wordt gebruikt wanneer iets moeilijk te verklaren is’ (204).

Tekstuele parameters ontstaan vanuit de spanning tussen bron- en doeltekst.

Materiële tekstuele beperkingen

De vertaler moet soms rekening houden met de aanwezigheid van beelden (illustraties, foto’s, film, enz.) bij de tekst.

Eerdere vertalingen

Indien er reeds vertalingen binnen hetzelfde genre of van dezelfde auteur of brontekst bestaan die een zeker aanzien genieten in de doelcultuur, kan dit de vrijheid van de vertaler beperken.

Canonisering

Of een werk al dan niet als klassieker of als ‘goede literatuur’ wordt beschouwd is eveneens van belang. Een gecanoniseerde literaire tekst zal doorgaans op een ‘respectvollere’ (meer brontekstgerichte) manier vertaald worden dan populaire teksten die niet zelden ten prooi vallen aan indikking.

 

De aard van het CSE

Bestaande vertalingen

Wanneer een bepaalde vertaling van een CSE deel gaat uitmaken van de intertekstuele traditie van de doeltaalcultuur kan deze de (nieuwe) norm worden voor toekomstige vertalingen van dit CSE (bv. NATO à NAVO).

Duidelijkheid van het CSE

Afhankelijk van de duidelijkheid van het CSE zal er ofwel gekozen worden voor een linguïstische, maar stilistisch aanvaardbare en in de doeltaal begrijpelijke vertaling of juist voor weglating of herhaling van het CSE.

Ideologische status

CSE’s die in beide culturele systemen bestaan, maar niet hetzelfde gebruik of dezelfde sociale waarde hebben, worden vaak weggelaten of aangepast om de lezer tegemoet te komen.

Verwijzingen naar derden

Verwijzingen naar CSE’s uit een derde cultuur vormen een geval op zich. Voor transnationale CSE’s (zoals instituties die in meerdere landen bestaan; zie ‘Bestaande vertalingen’, hierboven) zijn er vaak sterk verankerde, bestaande vertalingen. Ook vallen hieronder brontekstverwijzingen naar bekend veronderstelde culturele en/of taalkundige elementen uit de doeltaalcultuur (bijvoorbeeld de Elfstedentocht in een oorspronkelijke Engelse tekst). De uitleg waarmee deze elementen soms gepaard gaan in de oorspronkelijke tekst kan in de vertaling verdwijnen.

Intratekstuele parameter Ook de tekstuele functie van het CSE in de brontekst is van belang en hoewel die niet altijd gelijk hoeft te zijn aan de tekstuele functie van het CSE in de doeltekst, is dit over het algemeen waar vertalers naar streven om de geloofwaardigheid en interne samenhang van de vertaling te waarborgen.

Culturele overwegingen binnen de brontekst

Het is niet ongebruikelijk dat CSE’s die verwijzen naar minderheden of technische en transnationale CSE’s voorzien zijn van een intratekstuele toelichting in de brontekst.

Relevantie

Hoe groter het belang van het CSE voor het begrip en de geloofwaardigheid van tekst of passage, hoe meer moeite de vertaler waarschijnlijk zal doen om het te handhaven. Uiteraard kunnen bestaande vertalingen en ideologische argumenten alsnog het omgekeerde effect teweegbrengen.

Iteratie

Hetzelfde geldt voor de frequentie: hoe vaker een CSE voorkomt, hoe groter de kans dat het gehandhaafd zal worden. Het is goed om weten dat in sommige talen (zoals het Spaans) veelvuldige herhaling als een teken van slechte stijl wordt beschouwd, wat maakt dat lezers de tekst niet als een origineel ervaren. In dergelijke gevallen wordt vaak voor weglating of synonymie gekozen.

Samenhang binnen de doeltekst

Om af te leiden waarom vertalers ervoor gekozen hebben om een CSE op een bepaalde manier te vertalen, dient men altijd na te gaan of en hoe zij het betreffende CSE in eerdere instanties vertaald hebben. De strategie kan immers een herhaling of een bewuste afwijking zijn van een eerder voorval, bijvoorbeeld wanneer een vertaler beslist om een CSE slechts eenmaal toe te lichten met een voetnoot.

 

Bibliografie

Javier Franco Aixelá. ‘Cultuurspecifieke elementen in vertalingen.’ Vertaling Annemijn van Bruchem en Hilda Kruithof. In: Ed. Naaijkens et al., Denken over vertalen. Nijmegen: Vantilt, 2010. 197-211.

Javier Franco Aixelá. ‘Culture-specific Items in Translation.’ In Ed. R. Alvarez & M. Carmen- Africa Vidal, Translation, power, subversion. Clevedon: Multilingual Matters, 1996. 52-78.

 

 

[1] Aixelá p. 197-98

Categorieen
Vertaaltheorie
Labels
Cultuurspecifieke elementen
Realia
Javier Franco Aixelá