Vertaalslag 2019: Vertalen anno nu

Vertalen anno nu. Dat was het thema van de Vertaalslag 2019 die op maandag 11 maart plaatsvond in de Tolhuistuin te Amsterdam. De avond werd gepresenteerd door Hadassah de Boer en ging over politiek correct en veranderend taalgebruik, over de genderneutraliteit van talen en vooral ook over hoe belangrijk overleg tussen vertaler en uitgever is.

De spits werd afgebeten door Gert Jan Geling, co-auteur van het vorig jaar verschenen boek Over politieke correctheid. Politieke correctheid betekent ‘niet zeggen waarvan je overtuigd bent uit angst voor sociale repercussies,’ zo stelde Geling. Moet je als vertaler politiek correct vertalen of niet? Is dat überhaupt mogelijk? ‘Ja,’ zei Geling, ‘natuurlijk is dat mogelijk, maar dat is een politieke keuze. En je moet je afvragen of je als vertaler onwelgevalligheden wil corrigeren. Moet je als vertaler met een morele politieagent op je schouder naar een tekst willen kijken?’ Geling zou dat zelf niet doen en vindt het niet aan de vertaler om controversiële teksten of woorden ‘welgevalliger te maken’. Een andere vraag die Geling in zijn presentatie had opgenomen en waar pas later op de avond een indirect, mogelijk antwoord op volgde: ‘Is het anders als een witte vertaler een boek van een zwarte auteur vertaalt, dan wanneer een zwarte vertaler dat zou doen?’

Genderneutrale taal bestaat (nog) niet

De tweede spreker van de avond was Ingrid van Alphen, taalwetenschapper aan de UvA. ‘Taal is nooit neutraal’ luidde de titel van haar presentatie, wat zij aan de hand van diverse voorbeelden mooi illustreerde. Zo wordt de Golden Gate Bridge door Duitse native speakers – die een vrouwelijk grammaticale brug kennen (die Brücke) – in mooie, vrouwelijke en elegante termen beschreven, terwijl Spaanse native speakers – die een mannelijk grammaticale brug kennen (el puente) – dezelfde brug met sterke en stevige termen beschrijven. Uit een ander onderzoek bleek dat er meer vrouwelijke loodgieters reageren op een advertentie waarin naar loodgieters én loodgietsters wordt gezocht dan wanneer er alleen wordt gezocht naar loodgieters. Op de vraag of vertalers mee moeten gaan in de trend van genderneutraliteit antwoordde zij:  ‘Nee, want genderneutrale taal bestaat (nog) niet.’ Het woord ‘reizigers’ in de nieuwe aanspreekvorm van de NS is volgens Van Alphen dan ook helemaal niet zo genderneutraal en inclusief als zij beweren. Om haar toehoorders hiervan te overtuigen gaf Van Alphen een mini-college taalkunde waarin ze het verschil uitlegde tussen genderloze talen, natuurlijke gendertalen en grammaticale gendertalen. Het Nederlands behoort tot die laatste categorie. De meeste beroepsnamen en role nouns zoals reiziger, vertaler, directeur, chirurg, zijn traditioneel grammaticaal mannelijk in het Nederlands, en in onderzoeken blijkt dat die woorden door mensen altijd primair worden ingevuld met mannen. ‘Het gebruik van de mannelijk grammaticale vorm versterkt dat de man de norm is,’ aldus Van Alpen. Het woord ‘reiziger’ is volgens haar daarom niet inclusief en niet genderneutraal. ‘Het is goed bedoeld maar het werkt vaak contraproductief.’ Haar advies is daarom: maak vrouwen zichtbaarder in de Nederlandse taal en begin met diversiteit. Gebruik ‘directrice’ in plaats van ‘directeur’ en ban juist niet alle vrouwelijke vormen uit.

Het belang van overleg

De avond werd voortgezet met een paneldiscussie tussen schrijver, dichter en vertaler Nisrine Mbarki, de oprichters van de feministische uitgeverij Chaos Sayonara Stutgard en Yael van der Wouden, en vertaler Harm Damsma. Nisrine Mbarki vertaalde de dichtbundel Neem dit lichaam van de Palestijnse Fatena Al-Ghorra in het Nederlands waarbij ze zich enorme vrijheden permitteerde. Ze veranderde titels, herschreef gedichten, schrapte gedichten, voegde gedichten toe en gaf openhartig toe dat de Nederlandse bundel een hele andere bundel is geworden dan de Arabische. Mbarki wilde een bundel waar zij zelf ook achter stond en die geschikt was voor de Nederlandse lezer. Arabische poëzie wordt volgens Mbarki vrijwel niet of heel slecht geredigeerd waardoor er eigenlijk veel geschrapt kan worden. ‘En die redactie heb ik samen met Joost Baars op mij genomen, waardoor het een betere Nederlandse bundel is geworden,’ vertelde ze. Behalve vertaler was ze dus ook samensteller en redacteur. Maar dit was nooit mogelijk geweest als ze niet had kunnen overleggen met de schrijfster en de uitgever. ‘Je kunt niet zomaar in andermans werk knippen en plakken,’ aldus Mbarki.  

Dat nauwe overleg tussen vertaler en uitgever bleek ook van groot belang voor Sayonara Stutgard en Yael van der Wouden, die vorig jaar een hervertaling van Virginia Woolfs Een kamer voor jezelf uitgaven (vertaald door Monique ter Berg). ‘We waren gewoon constant in gesprek, vanaf het begin,’ vertelde Van der Wouden. Vertaler Harm Damsma, die The Fire Next Time en If Beale Streat Could Talk van James Baldwin vertaalde, kwam er daarentegen pas na anderhalf boek vertaald te hebben achter dat hij en zijn uitgever het niet eens waren over de vertaling van het woord ‘negro’ en ‘white’. Uiteindelijk besloot de uitgever Damsma’s vertalingen ‘blank’ en ‘neger’ te vervangen door ‘wit’ en ‘zwart’ en in de colofon te vermelden dat vertaler en uitgever hierover van mening verschilden. ‘Het is hun goed recht om bepaalde woorden te verbieden in een vertaling,’ zei Damsma in de Tolhuistuin, ‘stel je toch voor dat een uitgeverij boeken gaat uitgeven die dwars tegen de eigen principes ingaan, dat kan ik me niet voorstellen.’ Maar als hij dit van tevoren had geweten, had hij de vertaling niet gemaakt.

Lesje geleerd

Nisrine Mbarki noemde Damsma’s vertaalkeuze ‘pijnlijk’ en sprak het vermoeden uit dat er ook een generatieopvatting in meespeelde. Mensen jonger dan veertig jaar zouden het woord ‘neger’ nooit hebben gebruikt, denkt Mbarki. Het woord ‘neger’ valt in de ogen van Sayonara Stutgard niet te vergelijken met het woord ‘negro’, omdat zwarte mensen in Nederland anders dan zwarte mensen in Amerika het woord nooit hebben reclaimed, en ze vroeg zich af waarom Damsma ‘negro’ niet bijvoorbeeld gecursiveerd had behouden. ‘Omdat het woord ‘negro’ simpelweg niet gebruikt werd in de jaren zestig in Nederland, net zomin als het woord ‘wit’,’ antwoordde Damsma. Dit legt hij ook uit in zijn toelichting die achterin het boek werd opgenomen; de voorwaarde die Damsma stelde voordat hij akkoord ging met de wijzigingen van de uitgever. Rebecca Wilson, de redacteur bij de Geus en van Baldwins vertalingen, zat in het publiek en zei haar lesje wel geleerd te hebben, net als haar collega van de Arbeiderspers die in 2017 Margot Jeffersons autobiografie Negroland in Nederlandse vertaling (vert. door Pauline Slot) had uitgegeven. Wilson maakte vanuit het publiek nog twee kanttekeningen. Ze zei het helemaal eens te zijn met Harm Damsma dat veranderingen in taalgebruik en de historische en educatieve waarde daarvan interessant zijn. ‘Maar,’ zei Wilson, ‘ik denk niet dat die per definitie in de tekst aangegeven moeten worden, want daar heeft Baldwin de tekst ook niet voor bedoeld.’ Bovendien zei ze het eens te zijn met Nisrine Mbarki die stelde dat het om een generatieverschil gaat en dat iedereen van onder de veertig het n-woord echt niet zo snel meer zou gebruiken.

Anders lijkt het gegaan te zijn tussen vertaler Arthur Wevers en uitgever Atlas Contact van de recent verschenen Nederlandse vertaling van William M. Kelleys A Different Drummer uit 1962. Daar leest men op de colofonpagina:

‘De Nederlandse vertaler en uitgever zijn van mening dat het anachronistisch zou zijn en tevens geen recht zou doen aan de tekst zoals de auteur die toentertijd bedoeld heeft wanneer bepaalde aanstootgevende termen in vertaling zouden worden aangepast aan het Nederlands van nu. Daarom is er in deze vertaling voor gekozen om onder andere Negro, nigger en white te vertalen als respectievelijk ‘neger’, ‘nikker’ en ‘blanke’.’

 

En weer anders verliep de samenwerking tussen uitgever en redacteur van de in 2015 verschenen Nederlandse vertaling Tussen de wereld en mij van Ta-Nehisi Coates. Ebissé Rouw, die het boek destijds redigeerde, vertelde eind vorig jaar in een bonusaflevering van de podcast Dipsaus – die werd gemaakt naar aanleiding van de nieuwe Nederlandse, volgens Dipsaus problematische vertaling van Franz Fanon’s Peau noire, masques blancs – dat zij vooraf met de vertaler haar voorwaarden heeft besproken. Als zwarte redacteur wilde ze dat ‘negro’ en ‘white’ niet met ‘neger’ en ‘blank’ zou worden vertaald en als de vertaler het daar niet mee eens was, zou ze iemand anders zoeken. Uitgevers moeten niet alle macht aan vertalers geven, vindt Rouw; daar is het volgens haar ook misgegaan met de vertaling van Negroland. Talk to black people! And not just one!’ adviseerde Rouw in haar podcast en dat advies klonk ook in de Tolhuistuin. Volgens Stutgard zijn er bepaalde dingen die een witte man niet uit een tekst kan halen. Voor haar is het dus wel degelijk anders als een witte vertaler een boek van een zwarte auteur vertaalt, dan wanneer een zwarte vertaler dat zou doen. ‘Maakt u gebruik van zwarte of gekleurde meelezers tijdens het vertalen?’ vroeg Sayonara Stutgard aan Damsma, ‘anders bied ik me bij deze graag aan!’ Dat aanbod sloeg Damsma niet af. ‘Geef je grenzen aan als vertaler, en ook als lezer. Er zitten grenzen aan dat wat je snapt wanneer je iets leest, durf dat toe te geven,’ zei Yael van der Wouden. En het advies dat Mbarki vanavond meegaf aan vertalers en uitgevers: check vanaf het begin of je als vertaler en uitgever op één lijn zit en verzamel de juiste mensen om je heen.

Uitreiking Vertaalduivel en Vertaalengel

De Vertaalduivel en Vertaalengel werden dit jaar uitgereikt door Toon Dohmen, voorzitter van de Sectie Literair Vertalers van de Auteursbond. Uiteraard werd Dohmen meteen gecorrigeerd toen hij ‘directeur van de CPNB’ Eveline Aendekerk aankondigde. ‘Directrice!’ riep Aendekerk en klom het podium op. Ze kreeg de Vertaalduivel omdat het sinds 1947 georganiseerde Boekenbal alleen toegankelijk is voor genodigden, waaronder elk jaar maar weinig literaire vertalers. Nou wil het toeval dat de CPNB al in gesprek was met het Nederlands Letterenfonds over de mogelijkheid om meer vertalers uit te nodigen voor het bal. ‘Want,’ zei Aendekerk, ‘natuurlijk begrijpen wij de importantie van vertalers. De Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek is vooral die van het Nederlandstalige boek. Wij maken elk jaar de top 100 van het beste verkochte en meest uitgeleende boek en ook dit jaar worden zeker de eerste vijf plekken door vertaalde boeken ingenomen. Dus vertalers, jullie zijn cruciaal om het leesplezier en boekbezit in Nederland te stimuleren, en laat dat nou net onze missie zijn.’ Aendekerk liet weten dat het CPNB vanaf dit jaar, met dank aan het Letterenfonds, meer vertalers gaat uitnodigen voor het bal en dit jaar zullen dat de winnaars van o.a. de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, de Letterenfonds Vertaalprijs en de Europese Literatuurprijs zijn.

De Vertaalengel ging dit jaar naar VertaalVerhaal.nl, een initiatief van de Vertalersvakschool Amsterdam waarop verhalen over vertalen worden verzameld die gratis toegankelijk zijn voor iedereen. Zo ook de toelichtingen van Harm Damsma bij zijn vertaalkeuzes voor ‘negro’ en ‘white’ in Baldwins Niet door water, maar door vuur en van Jeanne Holierhoek bij haar vertaling van ‘blanc’ en ‘nègre’ in Fanon’s Zwarte huid, witte maskers. De jury van de Vertaalengel en Vertaalduivel bestond dit jaar uit literair vertalers Hero Hokwerda, Elly Schippers en Rob van der Veer.

De Vertaalslag 2019 was een avond vol adviezen voor en door vertalers en uitgevers als het gaat om politiek correct vertalen, waar tijdens de borrel nog druk over werd nabesproken en waar hopelijk nog veel over gesproken gáát worden, want zoals Yael van der Wouden tijdens de paneldiscussie zei: dit is een gesprek dat nog veel vaker gevoerd moet gaan worden.

Vertaalslag 2019
Vertaalslag 2019
Vertaalslag 2019
Vertaalslag 2019
Categorieen
Vertaaltheorie
Vertaalethiek