Onverschillig. bespiegelingen over de politiek van literair vertalen

Geplaatst op: 08 juli 2021

Onlangs schreef ik het woord 'onverschillig' op een snipper papier, een gebaar dat werd ingegeven door de wereld waar wij vandaag de dag in leven. Terwijl ik hier een bericht op social media en daar een opiniestuk in de krant zat te lezen, greep ik een van mijn vele kroontjespennen, die ik altijd voorzichtig vul met inkt uit glazen flesjes (schrijven behoeft zijn eigen tempo) en beschreef het rode papier. “Onverschillig”, las ik hardop toen ik het papiertje op een van mijn boekenplanken plaatste, die met de non-fictieboeken. Elke dag kijk ik naar de zwarte inkt op het rode papier en kook ik van woede in mijn hart, hoofd en ziel. Ik voel de verleiding me te mengen in de online kakofonie over wat me boos maakt. Maar ik besluit te wachten en tot bezinning te komen (schrijven behoeft zijn eigen tempo).

Door Canan Marasligil. Vertaald uit het Engels door Astrid Huisman

 

Ik voel verbijstering en verslagenheid bij het lezen van de vele door haat en onwetendheid gevoede reacties op het besluit van Marieke Lucas Rijneveld om het inauguratiegedicht ‘The Hill We Climb’ van Amanda Gorman toch niet te vertalen. Ik ben ontzet over de manier waarop dit door de internationale pers is geframed, als een geval van politieke correctheid, zonder acht te slaan op de context waarin de discussie is opgelaaid. Dat blijkt wel uit koppen als ‘"Geschrokken van de ophef": witte vertaler van Amanda Gorman houdt het voor gezien’ in The Guardian, en ‘Amanda Gorman: een witte schrijfster [sic] die haar vertaalt? Controverse in Nederland’ in het Franse Le Point, dat Rijneveld nochtans misgendert, en ‘Nederlandse schrijver ziet af van vertaling gedicht Amanda Gorman na "ophef" over keuze voor witte auteur’ in USA Today. Hoewel de teneur van de berichtgeving gezien de copy-paste-cultuur en de sensatiezucht in de media voor de meesten van ons geen verrassing zal zijn, werden er ook binnen de internationale literaire vertalersgemeenschap vergelijkbare ongenuanceerde uitlatingen gedaan in een besloten Facebookgroep met meer dan vierduizend leden. Het merendeel van de kritiek was weliswaar gericht op de keuze voor iemand zonder literaire vertaalervaring (een steekhoudend argument dat niettemin totaal voorbijgaat aan de context, maar daar kom ik nog op terug), maar toch klonk ook hier en daar het verwijt van politieke correctheid en cancelcultuur.

Er zijn veel te veel onverschillige stemmen die vanuit de drang om snel te scoren luidruchtig hun beklag doen.

Door het woord onverschillig op dat stukje papier te schrijven en het in het volle zicht van mijn dagelijkse bestaan te plaatsen, gaf ik uiting aan mijn gevoelens over wat er momenteel in onze wereld gaande is. Politici die in hun besluitvorming de meest gemarginaliseerde groepen negeren, beleid waardoor de kwetsbaren onder ons steeds meer in het gedrang komen, institutioneel racisme dat door veel bedrijfstakken niet wordt erkend (waaronder ook culturele instellingen en uitgeverijen), mensen die lak hebben aan de coronomaatregelen en in parken feestjes bouwen, ondernemers en cafébazen die hun verontwaardiging ventileren alsof zij als enigen onder de lockdown te lijden hebben, het debat dat zich richt op het opengooien van de economie maar daarmee voorbijgaat aan cultuur en aan de noodzaak van meer steun voor de zorg. In neoliberale samenlevingen als de onze blijft winst maken het uiteindelijke doel, zelfs als het coronavirus wereldwijd al meer dan twee miljoen levens heeft geëist. Geen wonder dat mensen, instellingen en bedrijven zich onverschillig gedragen en uitlaten. Een individualistische maatschappij wordt doorgaans niet gekenmerkt door betrokkenheid.

De vele onverschillige stemmen die zich op online platforms uitlaten over de vertaling van de poëzie van Amanda Gorman worden gevoed door dit systeem. Ik zeg niet dat hen geen blaam treft en hun onverschilligheid enkel te wijten is aan de politieke en economische situatie, ze dragen wel degelijk de verantwoordelijkheid voor wat ze zeggen en doen. Wat mij interesseert is hoe ik hen van repliek kan dienen zonder daarbij voorbij te gaan aan de externe factoren die ons allemaal beïnvloeden in deze discussie. En ik streef ernaar een bijdrage te leveren aan discussies waarin de nadruk ligt op leren en groeien, in plaats van polariseren. Als de politieke en culturele context waarin de uitgave van dit specifieke werk plaatsvindt buiten beschouwing wordt gelaten, evenals het economische aspect van uitgeven in het algemeen – zoals de meeste van deze onverschillige stemmen hebben gedaan – blijft er een vereenvoudigde voorstelling van zaken over en wordt het onmogelijk om dieper op de wezenlijke, structurele problemen in te gaan.

Voor de duidelijkheid: de meeste critici zeiden niet dat literair vertalers exact dezelfde identiteit en ervaringswereld als de auteur moeten hebben, en dat zwarte auteurs derhalve nooit door witte mensen mogen worden vertaald. Hun terechte kritiek op de keuze van de uitgever had te maken met de context van aanhoudend institutioneel racisme jegens niet-witte Nederlandse stemmen, en dan met name zwarte.
Ze eisten betrokkenheid.

Vorig jaar juni gingen veel culturele instellingen op hun sociale media ‘op zwart’, naar eigen zeggen uit solidariteit met de Black Lives Matter-beweging. Nu laten ze het echter massaal na om de daad bij het woord te voegen. Voor hen was het slechts een slogan, voor de zwarte mensen in dit land is het hun werkelijkheid, hun leven.

Bovendien toont deze hele discussie wederom aan dat maar heel weinig mensen (waaronder ook al die columnisten die cancelcultuur roepen) begrijpen hoe literair vertalen werkt. Literair vertalen vindt niet plaats in een vacuüm, bij de uitgave van een werk worden er op allerlei niveaus keuzes gemaakt. In dit geval was de keuze voor een auteur die bekroond is met de International Booker Prize vooral ingegeven door winstbejag. Boeken uitgeven is business. Solidariteit staat daarbij niet voorop.

Ik werk al twintig jaar als literair vertaler. Ik heb veel geschreven en gesproken over de politiek van vertalen en daarnaast projecten ontwikkeld die nu juist op dit probleem zijn gericht: het doet ertoe wie wie vertaalt; je vertaalt vanuit je achtergrond. Ik deed dit vanuit mijn eigen perspectief en achtergrond als de dochter van Turkse moslimimmigranten in West-Europa. Nu spreek ik vanuit dat perspectief én op basis van mijn kennis over de literaire sector in verschillende Europese landen.

Het zal niet verbazen dat ik in West-Europese literaire kringen met open armen werd ontvangen wanneer ik benadrukte hoe belangrijk vertalen is voor het bevorderen van de vrijheid van meningsuiting en kritiek uitte op de politieke onderdrukking in mijn geboorteland. Maar wanneer ik begon over het betrekken van vertalers met een migratieachtergrond bij deze kringen en me afvroeg waarom er in het literaire vertaalveld zo weinig van ons zijn, werd de sfeer al snel ongemakkelijk en probeerde men mij de mond te snoeren door het ‘moedertaalargument’ aan te voeren (dat gelukkig steeds vaker wordt ontzenuwd, maar zo is het niet altijd geweest). Om die reden ben ik niet verrast door de vele, veelal witte Nederlanders die hun verontwaardiging over deze ‘politieke correctheid’ laten blijken. Laten we niet vergeten dat dit een land is waar we nog steeds discussiëren over de afschaffing van Zwarte Piet.

Vertalen vindt plaats in een historische, politieke en culturele context. Taal evolueert in de loop van de tijd, samenlevingen veranderen. Gelukkig ontwikkelen wij ons ook als mensheid. En dat geldt ook voor de vertaalpraktijk.

De klassieken worden niet zonder reden regelmatig opnieuw vertaald (als je in dit onderwerp geïnteresseerd bent, lees dan vooral eens de vele artikelen die zijn verschenen over Emily Wilsons nieuwe Engelse vertaling van de Odyssee).

Vertalers maken keuzes op basis van hun levenservaring en hun identiteit (dus ja, ras, gender, seksuele oriëntatie, godsdienst, sociaal-economische achtergrond, handicaps… maken wel degelijk uit), en dus maakt het ook uit hoe fluïde deze zijn. Uiteraard is kennis van het vak belangrijk, maar die volstaat (lang) niet altijd. Soms vereist een werk een andere benadering van literair vertalen.

Persoonlijk vertaal ik vanuit een urgentie die veel vertalers uit het Turks die na een bezoek aan Efese verliefd zijn geworden op mijn geboorteland ontberen. Onze beweegredenen om vertaler te worden zijn verschillend en liggen op cultureel, sociaal-economisch of politiek vlak. Het één is niet beter dan het ander, het is alleen anders, en dus vragen verschillende literaire werken om verschillende soorten vertalers (waarbij we de rol van redacteuren in dit proces niet mogen onderschatten).

In European Others. Queering Ethnicity in Postnational Europe, schrijft Fatima El-Tayeb: 'Het nationale kader is vaak het middel waarmee uitsluiting wordt gebezigd; minderheden worden buiten de horizon geplaatst van de nationale politiek, cultuur en geschiedenis, bevroren in de staat van migrant door het voortdurend wijzen op een andere, vreemde nationaliteit waardoor we deze kunnen definiëren als niet-Deens, niet-Spaans, niet-Hongaars, etc.'

Het gevoel dat je constant in deze staat van ‘bevroren migrant’ verkeert als gevolg van discriminatoire praktijken op verschillende niveaus – persoonlijk, institutioneel, economisch, politiek – is een gevoel dat ik herken. Mijn immigrantenachtergrond is van grote invloed geweest op de vorming van de vertaler die ik vandaag de dag ben, en ook op mijn voorkeur voor bepaalde werken en de drang om op te roepen tot meer diversiteit in het veld van literair vertalen in Europees verband, om zoveel mogelijk ‘Europese anderen’ binnen deze kringen op te nemen.

De poëzie van Amanda Gorman valt in de categorie waarbij de politieke context van groot belang is, en de vertaling van haar gedicht is een mogelijkheid om af te rekenen met de ‘bevroren staat’ van veel identiteiten die worden bejubeld en monddood gemaakt wanneer het de dominante poortwachters blieft. Als we haar ervaring en verbeelding laten spreken door nieuwe tongen, dienen we ervoor te zorgen dat we ruimte creëren voor inclusie en erkenning.

Ze stamt bovendien uit de spokenwordtraditie, een genre dat op het gebied van vertalen andere eisen stelt en waarvoor iemand nodig is die er zowel op het podium als op papier vertrouwd mee is. Door Rijneveld te benaderen heeft de uitgever dit essentiële aspect van het vak duidelijk genegeerd en daarmee eens te meer laten zien dat de beweegredenen voornamelijk commercieel zijn geweest. Vertalers van een werk als dat van Gorman moeten meer in huis hebben dan een uitstekende pen of een literaire prijs, haar woorden moeten resoneren met hun eigen ervaringen, ze moeten haar woorden voelen: in hun hart, hun ziel, hun lichaam. Betekent dit dat een witte vertaler haar woorden of die van andere zwarte schrijvers nooit zou kunnen vertalen? En ook ik niet, ondanks mijn multiculturele achtergrond? Natuurlijk niet. We kunnen onze vertalingen voeden met onze verschillende ervaringen en zelfs iets moois creëren. Maar hier gaat het niet om en wederom negeren we de context waar we momenteel in opereren. De werkelijkheid is dat er in de literaire vertaalwereld duidelijk een gebrek is aan diversiteit, en dan vooral als het gaat om West-Europese talen als Nederlands, Frans, Engels… Dus als zich een gelegenheid voordoet om een werk te publiceren waarin de zwarte ervaringswereld centraal staat, is het van het grootste belang om een vertaler te zoeken uit de bestaande poel van getalenteerde zwarte stemmen in de doeltaal. Als je deze optie binnen de huidige context negeert, kies je ervoor om onverschillig te zijn. Literatuur is politiek. Poëzie is politiek. En vertalen ook.

Wat ook helpt om deze hele discussie te nuanceren en beter te begrijpen is dat de meerderheid van de uitgevers alleen iets om de zichtbaarheid van vertalers geeft als het geld oplevert (ik daag u uit om het werk van een literair vertaler te noemen dat u recentelijk heeft gelezen). Doorgaans mogen vertalers al blij zijn als hun naam op de titelpagina prijkt (een uitgever die de naam van de vertaler op het omslag zet is vooruitstrevend), of als ze in een recensie of op een literair evenement worden genoemd. #namethetranslator bestaat om een reden.

Dus, gezien het feit dat vertalers meestal onzichtbaar worden gemaakt en gezien de culturele en politieke context waarin we leven (Black Lives Matter, sociale ongelijkheid, klimaatverandering… o, en de pandemie die blootlegt hoe kapot ons systeem is), spreekt er uit de keuze van de Nederlandse uitgever van Amanda Gorman een enorm gebrek aan verbeelding (het is op de eerste plaats een zakelijke beslissing), maar, erger nog, het is de zoveelste manifestatie van de voortdurende systemische uitwissing van bepaalde stemmen, in dit geval zwarte stemmen, door een bedrijfstak die op het gebied van literair vertalen geen enkele poging heeft gedaan om inclusie te bevorderen.

Ik kijk weer naar mijn trieste stukje papier dat de staat van onze wereld en het niveau van onze discussies veel te goed samenvat. Ik probeer niet hardop te zuchten, maar ik kan niet anders: ‘onverschillig’.

Er zijn op veel fronten nog talloze lagen die ontleed moeten worden en we hebben meer diepgang nodig dan al dit cancelcultuur-geschreeuw en de binaire oppervlakkigheid die de online ruimte vullen. Het zou interessant kunnen zijn om ook naar andere West-Europese landen te kijken, zoals Frankrijk, waar de uitgever heeft gekozen voor de Belgisch-Congolese artieste Lous et les Yakuza, een bekende muzikante en zangeres die geen vertaler is. Niet iedereen zal het eens zijn met de keuze van de Franse uitgever, wat begrijpelijk is gezien de behoefte aan meer begrip, zichtbaarheid en aanwezigheid van literair vertalers die over kennis en ervaring beschikken. Maar zoals ik eerder aangaf is dit niet genoeg om het werk van iemand als Amanda Gorman te vertalen, of de boeken waarvan ik vind dat ik ze uit het Turks moet vertalen. Het gevoel van urgentie is anders. De keuze voor Lous et les Yakuza doet niet alleen recht aan die behoefte, maar draagt ook de boodschap uit naar de lezer en de gemeenschap van zwarte dichters, schrijvers en kunstenaars dat hun stem ertoe doet.

Uiteindelijk benadrukken al deze keuzes het enorme gebrek aan diversiteit in het literaire bedrijf, vooral onder literair vertalers. Het probleem zit hem wederom in vertegenwoordiging, in toegankelijkheid, en dus in macht. Wie welk verhaal mag vertellen en hoe dat gebeurt, doet ertoe, en ook wie het mag vertalen en binnen welke context.

De huidige mate van onverschilligheid in onze samenlevingen vereist dat we grondiger en eerlijker kijken hoe deze beslissingen worden genomen en of er ruimte is voor diversiteit en inclusie in op winst gerichte bedrijfsvoering. We moeten beter ons best doen. We moeten het ons echt aantrekken.

De Engelse versie van dit artikel, 'uncaring. reflections on the politics of literary translation', is hier te vinden.