Hoe noem je iemand met een hoofdletter (in een taal zonder hoofdletters)?

Er zijn een paar dingen waarvan je zou kunnen zeggen dat ze vertalen uit het Japans net dat tikje anders maken dan uit pakweg het Engels of het Frans.

Vooreerst is er het schriftsysteem. Zoals u kunt zien, wordt Japans met rare tekens geschreven. Bijna tweeduizend jaar geleden dachten de Japanners: het zou wel handig zijn als we konden opschrijven wat we allemaal uitkramen, en dus deden ze wat ze destijds altijd deden: leentjebuur spelen bij de Chinezen. Ze noemen die tekens ‘karakters’ of ‘kanji’ (wat eenvoudigweg ‘Chinese tekens’ betekent). Het probleem was dat het Chinese schrift helemaal niet geschikt was voor de Japanse taal, die geen linguïstische verwantschap heeft met het Chinees. Daarom moesten ze een aanpassing verzinnen in de vorm van een extra fonetisch systeem op basis van syllaben, of liever twee extra systemen, want waarom het makkelijk maken als het ook moeilijk kan. Dat werden hiragana en katakana, maar daarover zo meteen meer.

Grammaticaal is het Japans een behoorlijk vage taal, in tegenstelling tot het Latijn bijvoorbeeld, dat je in principe kunt ontleden tot je tot de enige correcte oplossing komt wat de betekenis betreft. Het Japans maakt maar in beperkte mate gebruik van vervoegingen, verbuigingen, werkwoordtijden, meervouds- of enkelvoudsvorm, voornaamwoorden enzovoort. Het laat dus vaak meerdere interpretaties toe, waarbij je op de context bent aangewezen.

En tot die context behoort ook de culturele context. Hoewel we tegenwoordig allemaal sushi eten, zijn er toch nog voldoende realia waarbij het Verre Oosten echt wel een beetje het Verre Oosten blijft.

De komende twintig minuten een aantal concrete illustraties van dit alles.

Ik begin met de openingszinnen van de roman Sensei no kaban van Hiromi Kawakami uit 2001, een boek dat ik een paar jaar geleden vertaalde. Het is in verschillende talen verschenen, met vrij uiteenlopende titels, zoals u kunt zien:

Der Himmel ist blau, die Erde ist weiß Les années douces
The Briefcase
De tas van de leraar

De Nederlandse blijft het dichtst bij het origineel, al was er zowel over ‘kaban’ (tas) als ‘sensei’ (leraar) wel enige discussie met de uitgever (over een titel heeft een vertaler nu eenmaal doorgaans niet het laatste woord).

Dit zijn de twee openingszinnen.

正式には松本春綱先生であるが、センセイ、とわたしは呼ぶ。「先生」でもなく、「せんせい」でもなく、カタカナで「センセイ」だ。

 

Geloof me als ik zeg: dit is poepsimpel Japans. Zelfs voor een eerstejaars. Althans om te begrijpen. Vertalen is andere koek.

Aan het woord is een vrouw van middelbare leeftijd, die in een kroeg haar oud-leraar moedertaal (Japans dus) van op de middelbare school tegen het lijf loopt. Ik maak het even wat aanschouwelijker en zet het om naar ons alfabet (overigens zijn er in de loop van de twintigste eeuw meermaals pleidooien gehouden om over te schakelen op dat alfabet en in theorie kan dat ook, maar er is natuurlijk een soort culturele weerstand):

Seishiki ni wa Matsumoto Harutsuna-sensei dearu ga, sensei, to watashi wa yobu.
‘Sensei’ de mo naku, ‘sensei’ de mo naku, katakana de ‘sensei’da.

 

Iets wat meteen opvalt: wat er tussen de Japanse aanhalingstekens telkens duidelijk anders uitziet, is in het alfabet drie keer hetzelfde geworden: sensei. Het eerste zijn kanji, het schrift dat normaal wordt gebruikt voor dit woord. Het tweede is hiragana, in principe het schrift voor partikels, voorzetsels, uitgangen. Dit zou echter ook nog een aanvaardbare manier zijn om het woord ‘sensei’ te schrijven. De derde versie is katakana, dat hiervoor normaal nooit zou worden gebruikt, want het dient voor vreemde woorden, of voor onomatopeeën en dergelijke.

Wat staat er letterlijk: ‘Officieel is het Haratsuna Matsumoto-sensei (leraar), maar ik noem hem “sensei”. Het is niet “sensei”, het is ook niet “sensei”, het is “sensei” in katakana.’

Simpel dus, maar niet een vertaling die je naar een redacteur kunt sturen zonder dat hij of zij helemaal gek wordt. Je moet dus iets anders verzinnen, om even tot het thema te komen.

Wat hebben ze er in het Duits van gemaakt?

Offiziell müsste ich meinen alten Lehrer bei seinem vollen Namen nennen: Harutsuna Matsumoto-sensei – Herr Lehrer Harutsuna Matsumoto – , aber für mich bleibt er einfah der «Sensei». (Ursula Gräfe & Kimiko Nakayama-Ziegler, 2008)

 

We zien hier uitleg van het woord ‘sensei’ toegevoegd, en ook wat contextuele uitleg. De drie schriftvariaties (en daarmee in feite de hele tweede zin) worden weggelaten.

En bonne et due forme, c'est le professeur Matsumoto Harutsuna, mais je l'appelle seulement «le maître». Et encore sans majuscule, le maître, tout simplement. (Elisabeth Suetsugu, 2005)

 

In het Frans is sensei eerst ‘professeur’ dan ‘maitre’ (met toevoeging van het lidwoord ‘le’). En er staat: ‘zonder hoofdletter’.

His full name was Mr. Haratsuna Matsumoto, but I called him ‘Sensei.’ Not ‘Mr,’ or ‘Sir,’ just ‘Sensei.’ (Allison Markin Powell, 2012)

 

In het Engels, de kortste en eenvoudigste vertaling, hebben we eerst ‘Mr.’ en verder ‘Sir’ en ‘Sensei’. Als je erop doordenkt, is dit een beetje een rare oplossing, met eerst dat Engelse Mr./Sir en dan het Japanse sensei, dat eigenlijk hetzelfde betekent. Alsof in een vertaling van een Franse roman zou staan: ‘Ik noemde hem niet meneer maar monsieur.’

En dan het Nederlands:

Officieel had ik hem bij zijn volledige naam en titel moeten aanspreken, met Harutsuna Matsumoto-sensei dus, maar ik noemde hem gewoonweg Sensei. Niet 'sensei', maar ‘Sensei’ met een hoofdletter. (Luk Van Haute, 2010)

 

Met een hoofdletter’ dus. Hiermee behoud ik de nuance dat het ongebruikelijk is, want ‘sensei’ is een zelfstandig naamwoord, dus normaal niet met een hoofdletter, maar hier wel omdat het voor haar fungeert als zijn (eigen)naam. Ook het spelen met het schriftsysteem blijft hierdoor bewaard. Het gaat niet alleen om het woord ‘sensei’ op zich, maar ook om de schrijfwijze. Dit is hoe ik het vijf jaar geleden deed. Misschien zou ik het nu anders doen, u weet hoe dat gaat.

Maar, merkte een lezer op, hoe kun je nu iemand ‘noemen’ met een hoofdletter (schrijven ja, maar noemen?). Tja, antwoordde ik daarop, in het Japans staat het werkwoord ‘yobu’ en dat kan in principe ook niet in combinatie met het schrift ‘katakana’. Ik verschuil me dus achter wat er staat in de brontekst, en het is natuurlijk ook de bedoeling van de auteur dat het ongewoon klinkt.

Met het Japanse schrift wordt dus gespeeld. Je hebt ook nog: furigana. Daarbij wordt de uitspraak boven minder frequent gebruikte kanji geschreven (want ook de Japanners van tegenwoordig kunnen niet alles zomaar lezen). Handig, hoef je dat alvast niet op te zoeken. Maar soms zetten ze de uitspraak van een ander kanji erboven. Bijvoorbeeld ‘nusumu’ (stelen) boven ‘toru’ (pakken). Een lezeres vond overigens dat ik het woord ‘jatten’ niet mocht gebruiken, want dat ‘past niet bij de Japanse cultuur’.

En dan zijn er dingen als dit: , het karakter voor rivier. Dan lees je: ‘ze sliepen in de vorm van rivier.’ Dat gaat dan over vader, moeder en kind (let op het middelste streepje dat iets korter is). Mogelijke vertaling is: ‘Ze sliepen met het kind tussen hen in.’ De betekenis klopt, maar het taalspelletje is weg. Tegenwoordig hebben zetters geen technische problemen meer met het Japanse schrift. Ik heb het dus al behouden.

Maar bij een collega zag ik een andere oplossing: ‘slapen in de jij-vorm’ (in Takuji Ichikawa Bij jou zijn, vert. Geert van Bremen, de man van de ondertitels bij Japanse films). Vond ik persoonlijk goed gevonden.

Er zijn meer zulke dingen. is het kanji voor ‘acht’ en wordt weleens gebruikt om aan te geven dat iemand zijn wenkbrauwen fronst. Je wenkbrauwen optrekken ‘in de vorm van het cijfer acht’ ligt enigszins moeilijk. Een mogelijkheid is ‘tot omgekeerde v’s’. Bij het fonetische teken (’he’) heb ik nog geen ‘taaloplossing’. Het wordt gebruikt om te zeggen: een mondhoek optrekken. Suggesties zijn welkom.

Grammaticale vaagheid dan. Zoals al gezegd, worden persoonlijke voornaamwoorden in het Japans doorgaans niet uitgedrukt, tenzij om een klemtoon te leggen of om aan te geven dat er van onderwerp wordt veranderd. Ja, zult u zeggen, dat kennen we ook wel uit andere talen zoals het Spaans. Inderdaad, maar daar kun je een en ander afleiden uit de vervoeging van het werkwoord. Bij bebo, bebes en bebemos weet je wie er drinkt. Maar Japanse werkwoorden kennen geen vervoegingen, althans niet op basis van de persoon, of van enkelvoud en meervoud.

In het klassiek Japans is dat nog erger. Zo erg dat de Japanners het ook niet meer weten (klassieke werken worden hertaald naar het modern Japans). In mijn allereerste literaire vertaling, de novelle Seventeen van Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oe, krijgen scholieren een passage voorgeschoteld uit het fameuze Verhaal van Genji van de hofdame

Murasaki Shikibu uit begin elfde eeuw (ook weleens de oudste roman ter wereld genoemd). Om u alvast een idee te geven lees ik u drie Engelse vertalingen voor (er zijn er nog meer).

The song of the insects among the autumn grasses would by themselves have brought tears. (Seidensticker 1983)
In the grass-clumps that shivered in the cold wind, bell crickets tinkled their compelling cry. (Waley 1952)
The cool breeze was waving the herbage to and fro in which numerous mushi were plaintively singing (Suematsu 1974)
 

In het Nederlands verscheen twee jaar geleden de vertaling van mijn collega Jos Vos.

De maan ging onder, de hemel was mooi helder en het gezang van de krekels leek Myobu ertoe uit te nodigen om zelf ook een weeklacht aan te heffen. Ze kon de eenvoudige landelijke woning moeilijk verlaten.

 

U merkt dat er behoorlijke verschillen zijn. Omdat het hoofdpersonage in Oe’s novelle, de zeventienjarige van de titel, tijdens het examen nadenkt over de betekenis van het citaat en er achteraf ook een discussie ontstaat over de correcte interpretatie, moest ik echter bewust gaan voor het behouden van de vaagheid (en een wat archaïsche stijl).

Weg zinkt de maan aan d'heldere hemel, terwijl koel blaast de wind. 't Insektengezang in het gras doet bij haar de drang ontstaan. 't Valt haar zwaar van hier op te staan en heen te gaan.

 

Het ging hierbij specifiek om het woord ‘moyoushigao’. ‘Kao’ is gezicht en ‘moyooushi’ is een vorm van het werkwoord ‘moyousu’, dat een aantal betekenissen kan hebben: ‘bijeenroepen’, ‘(een meeting) houden’ of ‘een aandrang voelen opkomen tot (o.a. huilen, maar ook plassen)’. Als ik een bepaalde keus maakte, zou die discussie namelijk onzinnig worden. Vandaar dat ik het hield bij: ‘doet bij haar de drang ontstaan’. Dit was dus eigenlijk: vooral NIET verzinnen wat er staat. Maar doorgaans wordt je bij klassieke teksten gedwongen om dat WEL te doen (bij wat er niet staat).

Het ontbreken van voornaamwoorden heeft soms verregaande gevolgen, zoals ik een tijdje geleden op de site van boekhandel Athenaeum ook schreef in verband met de Engelse vertaling van Neko no kyaku van Takashi Hiraide (in het Nederlands: De kat, 2015).

De voorlaatste zin luidt: ‘Uit zichzelf zocht ze die plek daar bij het huis met het prachtriet anders zelden of nooit op.’ ‘Ze’ is Pukkie, de kat uit de titel van het boek. De auteur refereert aan en herhaalt bijna letterlijk een eerdere passage: ‘Ze kwam er wel eens langs wanneer ik haar met me meedroeg om boodschappen te doen, maar uit zichzelf zocht ze die plek anders zelden of nooit op.’ ‘Ik’ is de moeder van het jongetje dat de kat houdt. Door met die verwijzing het verhaal af te ronden, benadrukt Hiraide het cruciale belang van deze zin.

Maar wat lezen we bij deze passage in The Guest Cat, de Engelse vertaling door Eric Selland uit 2014? ‘I never go that way on my own except when I go shopping and have my boy along with me.’ Met andere woorden: ‘Ze’ (de kat) is veranderd in ‘I’ (de vrouw) en ‘haar’ (de kat) is veranderd in ‘my boy’.

Dit is dus eerder onbedoeld verzinnen wat er niet staat, en de clou van het verhaal missen (een boodschap aan de vermetele uitgeverijen die Japanse literatuur nog via het Engels vertalen).

Dat vertrouwen op Engelse vertalingen geen goed idee is, brengt me vrijwel naadloos bij Murakami (hoe kan ik het over Japanse literatuur hebben zonder toch even Murakami te vermelden?). In 2008 vertaalde ik zijn roman Dans dans dans.

Toen ik de brontekst vergeleek met de Engelse vertaling viel me meteen een verschil in dikte op. En ja, ik merkte gaandeweg dat er nogal wat tekst was verdwenen. Zoals in dit voorbeeld (een dertiger, een typische Murakami-protagonist, zit met een meisje van dertien in de bar van een hotel op Hawaii):

Ik dronk opnieuw een pina colada en zij nam een vruchtensap.'Mag ik daar nog een slokje van?' zei Yuki, naar mijn pina colada wijzend. 'Ja hoor, zei ik, en ik verwisselde onze glazen. Met een rietje slurpte Yuki een tweetal centimeter pina colada naar binnen. 'Lekker,’ zei ze. 'Het smaakt een beetje anders dan in de bar van gisteren.'
Ik riep de ober en bestelde nog een pina colada. Die gaf ik helemaal aan Yuki. 'Drink maar op,' zei ik. 'Als je me elke avond gezelschap houdt, kun je binnen een week de beste pina colada-kenner van alle Japanse scholieren worden.'
Bij het zwembad speelde een heus dansorkest 'Frenesi'.

 

In het Engels wordt dat:

I had a pina colada again and Yuki her usual fruit punch. A dance band was playing “Frenesi”.

 

Naast drank voor minderjarigen is er om politiek correcte redenen nogal wat seks, drugs en rock’n’roll verdwenen, en dat voor een boek dat Dans dans dans heet.

Het is geen alleenstaand geval. In het verhaal ‘Gifkruid’ dat te vinden is in de door mij samengestelde verhalenbundel Japanse korte verhalen Liefdesdood in Kamara (2014), staat: ‘Bovendien had ze alweer een vijf maanden oude foetus in haar buik’. De vrouw drijft die vrucht af door een speciaal kruid te eten. In het Engels wordt dat iets vager: ‘Her stomach was swollen with yet another on the way’. Abortus ligt gevoelig in Amerika, en al helemaal bij een foetus van vijf maanden.

Maar dit is dus het omgekeerde van ‘verzinnen wat er staat’.

In 'Downtown', een verhaal van Fumiko Hayashi uit 1948 (ook opgenomen in Liefdesdood in Kamara), verandert Ivan Morris in zijn vertaling van 1956 zalm in kabeljauw, omdat hij die vis beter vindt passen bij de arme mensen in het Tokio vlak na de oorlog.

Helaas is de prijs van beide vissen inmiddels weer in omgekeerde richting gefluctueerd. Met dat soort ingrepen kun je dus maar beter uitkijken. Trouwens: verzinnen wordt moeilijker, want je zou versteld staan hoeveel lezers tegenwoordig Japans begrijpen, of althans menen te begrijpen.

Politieke correctheid kan ook door toevoegingen. In een thriller van Keigo Higashino doet een politieagent in het Engels een autogordel om die in het Japans nergens te vinden is. Die gordel is dus verzonnen. Voorbeeldfunctie, weet u wel, (Tussen haakjes: je krijgt daardoor weleens rare opmerkingen van de persklaarmaker, die de Engelse vertaling als referentie neemt; dat verbied ik tegenwoordig uitdrukkelijk.)

Soms worden toevoegingen gedaan waarvan je denkt: is dat nu echt nodig, of: is dat niet een tikkeltje overdreven?

Ik ga nog eens naar De kat. ‘Net toen we het thuis niet langer uithielden, werd ik toevallig gebeld door een vriend die in een bar in Shinjuku zat te drinken en vroeg of mijn vrouw en ik hem gezelschap kwamen houden.’ Dat wordt in het Engels: ‘Right at the point where it had become unbearable a friend called up from a bar in Shinjuku, one of the major entertainment districts in the city, its narrow labyrinthine alleys lined with numerous little drinking spots, and suggested I come out to meet him, “and bring the wife along.”’

Ik zie het bij de vertaling van een Franse roman niet zo gauw gebeuren (‘Montmartre komma: een van de grootste toeristische trekpleisters in Parijs, waar schilders zich verdringen om je te vereeuwigen op hun doek.’).

Maar het kan nog extremer: een laatste voorbeeld van dergelijk ‘verzinnen wat er niet staat’, uit het boek Ik ben een kat van Soseki Natsume (Deel 1 van mijn vertaling verscheen in september, ik ben nu bezig met deel 2 en 3).

De kattenliteratuur is onuitputtelijk in Japan, maar deze kater uit 1905, die genadeloos commentaar geeft op zijn omgeving, is wel de befaamdste. Op een bepaald moment is er een discussie tussen het baasje van de kat, een nogal snobistische, hooghartige leraar Engels, en zijn vrouw. Hij verwijt haar een ‘Otanchin pareorogos’ te zijn.

Ik toen u een afbeelding van de Japanse brontekst en de Engelse vertaling van Aiko Ito en Graeme Wilson uit 1979. U ziet meteen dat het Japanse stuk tussen de pijltjes (alleen bovenaan) veel korter is dan het Engels (de hele pagina). Die volledige alinea is namelijk verzonnen. Ze bevat uitleg over de betekenis van dat verwijt. Maar in het Japans staat er alleen dat de vrouw vraagt: ‘Wat betekent dat?’ En de man antwoordt: ‘Laat maar, het heeft niets te betekenen.’ Het wordt dus in de brontekst niet nader verklaard.

Enige navraag leerde me dat de vrouw niet alleen is. Ook hedendaagse Japanners snappen het niet meteen. ‘Pareorogos’ verwijst, zoals beschreven in de Engelse uitleg, naar de Paleologen, de Byzantijnse keizers (dat is, nou ja, even duidelijk of onduidelijk voor Japanse als voor westerse lezers), en ‘otanchin’ staat in het Japanse woordenboek als synoniem voor ‘idioot, dwaas’ en klinkt een beetje als ‘Constantijn’, de laatste Byzantijnse keizer, maar wordt weinig gebruikt of begrepen. Ik weet nog niet hoe ik het zelf ga oplossen, maar hoe dan ook zal ik geen alinea uitleg toevoegen. Idealiter zou de vertaling een woord moeten bevatten dat lijkt op ‘Constantijn’ (of desnoods een andere Paleoloog) en dat tevens een weinig gebruikte term is voor ‘dwaas’. Helaas blijkt dat niet voor de hand te liggen. Bij synoniemen voor ‘sufferd’ vond ik wel het woord ‘kloris’, dat ik niet eens kende (en bijgevolg misschien geschikt is). Dat lijkt enigszins op ‘Floris’ of ‘Clovis’. Misschien moet ik dus de ‘Paleologen’ loslaten en voor een andere historische referentie gaan: Kloris van Holland of Kloris Merovinger? Andermaal: suggesties zijn welkom (en als ik uw suggestie gebruik, krijgt u een presentexemplaar).

 

Luk Van Haute
11 december 2015, Amsterdam
Literaire Vertaaldagen

Categorieen
Vertaalreflectie
Labels
Proza
Realia
Creativiteit
Japans
Literaire Vertaaldagen