Verzinnigen wat er staat

Harm Damsma en Niek Miedema, vertaalduo uit het Engels, gingen met elkaar in gesprek over 'verzinningen', straattaal en dialect.

NIEK
Vertalers die moeten ‘verzinnen wat er staat’. Hoezo? Dat heeft de auteur toch al gedaan? Wij hebben onlangs nog een dikke roman vertaald waarvan de gehele inhoud door de auteur verzonnen was. Sterker nog, bij het (iets dunnere) boek daarvoor was dat ook al het geval.

HARM
Kom, kom, Niek, niet zo onnozel. Je snapt best dat die kreet ‘Verzinnen wat er staat’ overdrachtelijk bedoeld is. ‘Literair’, zeg maar. Van hetzelfde quasi-poëtische gehalte als ‘Dichters liegen de waarheid’. Zoals Shakespeare ooit zei. Of nee, Bertus Aafjes.

Maar je hebt natuurlijk gelijk: Er staat wat er staat (wat Nijhoff ook beweerd mag hebben) en het staat er precies zoals het er staat. En jij, als vertaler, moet wat er staat naar inhoud en vorm zo goed mogelijk in het Nederlands weergeven. Da’s alles. En als je een keertje niet snapt wat er staat, vraag je de auteur wat hij bedoelt (desnoods langs mediamieke weg), maar je gaat niet zelf wat lopen staan te bedenken. Dat ‘verzinnen’ claimt een veel te groot creatief, artistiek aandeel van de vertaler, riekt veel te veel naar fantasie. Naar verbéélding.

NIEK
Maar je kunt niet ontkennen dat een vertaler soms voor problemen komt te staan die hij op een creatieve manier zal moeten oplossen.

HARM
Dat moet een loodgieter soms ook. Maar in het gros van de gevallen lost ook die, net als de vertaler, de zich voordoende problemen met routineuze vakbekwaamheid op.

NIEK
Goed, als jij het zegt. En waar het die inhoud betreft klopt het natuurlijk ook. Daar blijf je met je verzinnende vingers van af. Je maakt van een gele jurk geen oranje omdat je een hekel hebt aan de kleur geel. Maar toch, wat doe je bijvoorbeeld als de opinies die in een tekst worden geuit je niet bevallen? Die vraag wordt ons om de zoveel tijd gesteld. Denk aan een tekst waarin iemand blijk geeft van rabiaat racisme, of een vurig pleidooi houdt voor het gedachtegoed van D’66? Wat doe je dan?

HARM
Gewoon getrouw weergeven natuurlijk. Dat is immers de opdracht waarvoor we zijn ingehuurd. Want wij zijn een doorgeefluik. Iets vertalen waar je het zelf toevallig niet mee eens bent, moet niet tot gewetenswroeging leiden. We weten allemaal dat je in fictie de auteur niet moet vereenzelvigen met zijn personages. En zelfs als de auteur op persoonlijke titel spreekt, in een polemiek of interview bijvoorbeeld, dan nog is het niet aan ons om ons daarvan te distantiëren.

NIEK
Of wel? Hoeveel mensen hier in de zaal zouden er moeite mee hebben een racistisch pamflet van een literaire auteur te vertalen? (even wachten)

HARM
Uh……. Wij? Ik mogelijk wel. ‘Literair’ is geen excuus. Dat je ‘mooi’ kunt schrijven geeft je canonieke status. Wij niet, denk ik.

NIEK
En wat doe je als de stijl van een werk je niet bevalt?

HARM
Gewoon keurig, zo getrouw mogelijk weergeven.

NIEK
Ik vraag verder. Wat doe je als de grammatica in de brontekst niet klopt? Verbeteren of getrouw vertalen, dat wil zeggen fout Nederlands opleveren? En wat te doen als de beeldspraak niets verheldert of ronduit onzinnig is? Wat te doen, kortom, als je er zelf op aangekeken kunt worden? Want iemand leest je vertaling en denkt: die zin loopt niet. Waar kies je dan voor? Wil je een getrouwe vertaling en een slechte zin of een aangepaste vertaling en een goede zin?

HARM
Tsja, dat is inderdaad een probleem, en een dat voor velen hier wellicht herkenbaar is. Het zal bij niemand van ons opkomen de plot te veranderen. Het zal bij niemand van ons opkomen personages van andere eigenschappen te voorzien. Maar wat als de brontekst stilistisch rammelt? Althans naar óns idee. Want misschien houdt de schrijver juist erg van ketelmuziek.

NIEK
Als Harm en ik samen een boek vertalen wisselen we onze teksten uit. We voorzien de vertalingen die we elkaar toesturen soms van voetnoten, om aan te geven dat we een bepaald probleem hebben gesignaleerd, maar niet hebben weten op te lossen, of om een op internet gevonden plaatje van een voorwerp of plek bij de tekst te voegen, zodat de ander er ook een duidelijk beeld van krijgt.

Bij onze laatste vertaling, in oktober afgerond, kreeg ik van Harm bijvoorbeeld een plaatje van een foamfinger, vergezeld van de tekst: ‘Nooit geweten dat die dingen zo heetten’.

In genoemde vertaling ging de tekst echter ook regelmatig vergezeld van voetnoten als: ‘Hier is het Engels fout volgens mij’. Ik geef een voorbeeld:

The man in the cart is so much heavier than she’s assumed, and the crosstown blocks so much longer. (1)

 

HARM
Wij leren studenten altijd dat het Nederlands meer grammaticaal denkt en het Engels meer notioneel. Klassiek voor beeld: ‘De politie (grammaticaal enkelvoud) heeft de dader in de kraag gevat’, versus ‘The police (collectief begrip) have collared the culprit’. Mogelijk dat je om die reden in het Engels met iets meer weg komt op grammaticaal gebied. Maar het Engels hééft natuurlijk wel een grammatica. En deze zin is fout. We hebben het in dit geval stilzwijgend verbeterd. Het ging om verteltekst, en niet om een uitspraak van iemand in het verhaal die de auteur opzettelijk gebrekkig liet formuleren.

Een ander voorbeeld:

This overworked muscle, his mind or heart, feels freer than it had in years. (2)

 

Mijn vertaling was: ‘Die overspannen spier, zijn hoofd of zijn hart, voelt zich vrijer dan hij in jaren gedaan heeft.’

Nieks commentaar luidde: ‘Alles goed en wel, maar is een hoofd een spier?’

NIEK
Hebben we dat zo laten staan?

HARM
Ja.

NIEK
Waarom eigenlijk?

HARM
Goeie vraag. Je stuit soms op een grens. Je wilt de auteur respecteren. Grammaticaal is hier in elk geval niks mis mee en hij wil het blijkbaar zo.

NIEK
Maar je moet je auteur ook kunnen vertrouwen. Ik heb van jou ook de volgende voetnoot teruggevonden:

‘Sorry, maar mijn toetsenbord weigert “de bron van de stokkende adem” uit te voeren.’

En elders: ‘Tja, ik heb er geen ervaring mee, maar het lijkt me vrij zinloos om in de restanten van iemand die is gevierendeeld ook nog eens met een mes te gaan zitten roeren. En verder is het natuurlijk sowieso weer een veel te zwaar aangezet beeld.’

En weer elders: ‘Ja, hier klinkt inderdaad een idee. Het is niet anders.’ HARM

Laten we even vertellen om welk boek het gaat. City on Fire, van de Amerikaanse dertiger Garth Risk Hallberg is een knap geconstrueerde, caleidoscopische roman over New York aan het eind van de jaren zeventig, toen de stad in een diepe crisis verkeerde en zelfs onder financiële curatele was gesteld. Het boek zit vol personages van divers pluimage, van een kreupele adjunct- commissaris van politie tot een bomzaaiende punkrevolutionair, van de homoseksuele, aan heroïne verslaafde kunstenaar William, ooit erfgenaam van een immens fortuin, tot de spijbelzieke, spichtige, peenharige, geadopteerde tienerzoon van een doodbraaf joods echtpaar, van een Italiaanse vuurwerkmaker tot een depressieve broodschrijver, van een filosofisch ingesteld, in Californië opgegroeid meisje van schuchtere Vietnamese ouders tot een losgeslagen type met de bijnaam Sewer Girl (waarvoor wij de naam Smeerpijpje ‘verzonnen’). Er zit vaart in het boek, de gedane research is er op een natuurlijke, onopvallende manier in verwerkt, en het geheel heeft een zekere speelsheid. Zo wordt er een universitair docent Engelse literatuur opgevoerd onder de naam dr. Runcible, een onzinwoord dat sommigen van u wellicht bekend is uit de nonsensverzen van Edward Lear en dat in het Engels een status heeft als bij ons bijvoorbeeld ‘blauwbilgorgel’. Dr Römertopf is het geworden. En ook dat was een leuke vorm van verzinnen, ja.

NIEK
Maar nu de minder leuke problemen. Hallberg kreeg een voorschot van twee miljoen dollar voor zijn aangekondigde roman. En het is duidelijk dat hij zijn uitgevers waar voor hun geld wilde geven. Het boek telde bijna duizend bladzijden, die wemelden van de moeilijke, zelden gebruikte woorden (weet u wat een clinamen is?), van de soms heldere, maar soms ook behoorlijk obscure verwijzingen, van de zinnen die meer wilden dan ze waar konden maken, en van de ambitieuze beeldspraak. Het ontbrak er eigenlijk alleen nog maar aan dat het boek vergezeld ging van een pop-up restaurant.

HARM
Heldere en obscure verwijzingen konden wij ook wel verzinnen. We hebben ergens van een attendant een livreier gemaakt, (een knipoog naar Hermans. Niet W.F. maar Toon) en the general fuckedness of this life werd de algehele godverdomsheid van het leven, met dank aan Dimitri Verhulst.

NIEK
Maar nu de zinnen die zo veel willen, en de ambitieuze beeldspraak. Die raken namelijk aan de kernvraag die we hier willen stellen: mag je aanpassingen doorvoeren? En zo ja, hoe ver mag je daarin dan gaan?

Op bladzijde 893 van City on Fire staat:

The beacon stains the upper edge of the windshield again. A texture of beseechment.
Het lichtbaken bevlekt weer de bovenste rand van de voorruit. Het heeft iets van een smeekbede. (3)
 

Eerst stond daar: ‘De textuur van een smeekbede’. Dat vonden we te aanstellerig klinken. We durfden het gewoon niet voor onze rekening te nemen. Of we wilden de schrijver op de een of andere manier helpen geloofwaardig te zijn. Maar mag dat? Is dat je taak?

HARM
Op bladzijde 866 staat:

Detonations crash in from nearby like walls she’s a void at the centre of. Or waves crashing down on the change she has tried to be, in the city she has longed to become.’
Van dichtbij komen luide knallen als muren waartussen zij de lege ruimte vormt. Of golven die neerbeuken op de verandering die ze heeft willen zijn, in de stad die ze heeft willen worden. (4)

 

NIEK
Een getrouwe, niet-aangepaste vertaling. Voetnoot van Harm: ‘Wees zo goed het geheel in mijn pet te gooien.’

HARM

I had no other associations then for the sound of mortar fire, for the cascades of color swimming up to meet their counterparts in the face of the swollen brown river. (5)

 

U heeft twintig minuten om een fatsoenlijke vertaling bij ons in te leveren. Let wel: we hebben hier te maken met watervallen die omhóóg zwemmen.

NIEK
De twintig minuten zijn om. Onze vertaling:

Ik had destijds geen andere associaties bij het geluid van mortiervuur, bij de stortvloed aan kleuren die opwaarts dreven voor een samentreffen met hun tegenhangers aan het oppervlak van de gezwollen, bruine rivier. (6)

 

Hier hebben we na rijp beraad gekozen voor een ‘stortvloed’, in de hoop dat de spreekwoordelijke bijklank ons zou afleiden van het feit dat ook een stortvloed omlaag stroomt en niet omhoog. ‘Dreven’ in plaats van ‘zwemmen’ is een soortgelijke poging tot verdoezeling.

Het wordt er wat vlakker van, maar er is al genoeg drukte te vinden in dit hele beeld. Acceptabel? Wenselijk? Wij vinden eigenlijk van wel.

HARM

The breeze was thickening. But rain did not come and, and the end of the thought sat cooling within him, plated on some nerve ending just beneath his tongue. (7)
De wind wakkerde aan. Maar de regen bleef uit, en het slot van de gedachte was in hem aan het bekoelen, gestold op een zenuwuiteinde vlak onder zijn tong. (7)

 

We hebben de wind zich niet laten verdikken. Had dat gemoeten? Het is nu vergewoond, vervlakt dus eigenlijk. Maar ja: De wind verdikte zich? De wind verdichtte zich? De wind werd dichter? Je wilt dat de lezer doorleest, niet hapert. Er staat ‘gestold’ voor ‘plated’ omdat bij dat laatste woord domweg niets voor ons zagen. Je wilt van een beeld graag dat het iets verheldert, een toegevoegd inzicht biedt. Het woord ‘gestold’ is in feite een verzinsel, zij het wel een verzinsel dat is gebaseerd op het werkwoord dat eraan voorafgaat.

NIEK
Een laatste:

Uptown buildings hid behind the towers of the Battery and dwindled until he could blot them out with his thumb.
De gebouwen van het noordelijk stadsdeel gingen schuil achter de wolkenkrabbers van de Battery en slonken net zo lang tot hij ze met zijn duim kon afdekken. (7)

HARM
Vraagje: hoe kunnen dingen die je NIET ziet, zo klein worden dat je ze met je duim kunt afdekken?’

NIEK
Hier hebben we dan weer niks aan veranderd, in de hoop dat men er overheen zou lezen. En ook uit een soort van machteloosheid, want wat kún je er aan doen? Hadden we die wolkenkrabbers die ervoor stonden uit het beeld moeten slopen?

HARM
We zouden moeiteloos de rest van de dag met voorbeelden kunnen vullen. In alle ernst, het gaat ons er niet om dit boek, waarvoor zo’n vorstelijk bedrag is betaald, belachelijk te maken. Maar je moet, zoals Niek net al zei, een schrijver kunnen vertrouwen. Waar je dat niet doet, en dat zal met reden zijn, ben je geneigd de kant van de lezer te kiezen. Vanuit de lezer gedacht wil je onzin weren, of tenminste verdoezelen. Wij vinden dat we, als het om zonden tegen de grammatica gaat, mogen ingrijpen. Als het om inhoudelijke onzin gaat, zoals in het laatste voorbeeld, zijn we voorzichtig.

NIEK
Misschien wel te voorzichtig. We hebben zoals de gegeven voorbeelden aantonen in wezen flink zitten schipperen. Je wilt in de eerste plaats in de stijl en geest van de auteur werken. Maar je wilt toch liever ook geen flauwekul in je vertaling hebben. Ik ben heel benieuwd wat anderen hiervan vinden.

 

Harm Damsma & Niek Miedema
11 december 2015
Literaire Vertaaldagen

Categorieen
Vertaalreflectie