Creativiteit in vertaling

Geplaatst op: 16 mei 2022

De laatste jaren wordt door vertaalwetenschappers steeds meer aandacht aan creativiteit besteed. Er zijn verschillende redenen om die aandacht te verklaren. Toch hebben alle mogelijke verklaringen voor die (hernieuwde) interesse in creativiteit een gemene deler: ze hebben allemaal wel iets met ‘vertaalcompetentie’ te maken.

In een ver verleden werd er al over de 'aard' van vertaling gesteggeld. Is vertaling nu een ambacht of een kunst? Jiří Levý spreekt in zijn boek met de veelzeggende titel The Art of Translation van vertaling als een 'creative [re]production':

The translator's goal is to preserve, capture and convey the original work […]. Therefore the goal of translation is reproduction. In practice, the procedure involves substituting one set of verbal material for another – this entails autonomous creativity involving all the artistic means of the target language. Translation is therefore an original creative process taking place in a given linguistic environment (Levý, 2011: 57-58).

Wie gelooft dat vertaling een kunst is, zal geneigd zijn creativiteit als een ‘kerncompetentie’ van de vertaler te zien: zonder creativiteit geen vertaling.

Wat maakt een vertaler vakbekwaam?

Rond de millenniumwisseling ontstond er binnen de vertaalwetenschap een competentiehype. Wat maakt een vertaler nu vakbekwaam? Welke kennis en vaardigheden komen daar zoal bij kijken? Wat onderscheidt een professioneel vertaler van een beunhaas met wat talenkennis? Het aantal vertaalcompetentiemodellen in de vertaalwetenschap is inmiddels al niet meer op de vingers van twee handen te tellen. Maar creativiteit voert in die modellen niet de boventoon. Soms wordt ‘creativiteit’ (of een variant) vluchtig aangestipt. Eén van de modellen waarin creativiteit wel wordt benoemd, is het Europese competentiemodel voor literair vertalers, dat is voortgevloeid uit de Leerlijn van het ELV (PETRA-E, 2014). Ondanks de buitengewoon zeldzame vermelding van creativiteit in de competentiemodellen, vraagt het weinig fantasie om in de bestaande modellen een verwijzing naar de creatieve aard van vertaling te ontdekken.

Een belangrijke reden waarom er de laatste twee decennia sprake is geweest van een aanwas en aanpassing van competentiemodellen, is de technologisering en automatisering (EMT Expert Group 2017, p. 2). Recente onderzoeken wijzen uit dat zogenaamde ‘routinematige cognitieve activiteiten’ steeds meer aan de computer kunnen worden toevertrouwd (Massey en Wieder, 2018; Angelone, Ehrensberger-Dow en Massey, 2020; O'Hagan, 2020; Massey, Katan & Huertas Barros, te verschijnen). Dat betekent overigens niet dat de vertaler volgens vertaalwetenschappers een uitstervend ras is: de vraag naar betaalde vertaaldiensten – waarbij menselijke tussenkomst gewenst of vereist is – blijft onverminderd hoog. Maar doordat vertaling zo sterk onder de invloed van technologisering en automatisering verkeert, merken we wel verschuivingen in de hiërarchie van (vertaal)competenties op. Aangezien creativiteit en routine haaks op elkaar staan (of lijken te staan), is het vanzelfsprekend dat creativiteit binnen de vertaalindustrie steeds meer gewaardeerd wordt: met creativiteit kan de (ver)taalprofessional zich (van de machine) onderscheiden.

In deze bijdrage willen we daarom aandacht aan creativiteit in vertaling besteden. We zullen enkele vragen stellen die, naar onze bescheiden mening, in het debat over vertaalcompetentie zeker zullen moeten worden beantwoord: In hoeverre is creativiteit een kerncompetentie van de vertaler? Is er wel zoiets als 'vertaalcreativiteit'? Hoe verhoudt creativiteit zich tot taalcompetentie? Kan creativiteit worden aangeleerd? En welke invloed heeft vertaaltechnologie op creativiteit? In dit artikel proberen we een samenvatting te formuleren van onderzoeken die de laatste jaren (onder andere door onszelf) zijn uitgevoerd. Dat we naar onderzoeken verwijzen, wil echter niet zeggen dat we van mening zijn dat de vijf vragen hierboven al kunnen worden beantwoord.

Creativiteit als kerncompetentie

De geleerden die zich in vroeger tijden over de 'aard' van vertaling hebben gebogen, hanteerden doorgaans een enge definitie van vertaling. Dat wil zeggen: ze hadden bijna uitsluitend oog voor ‘literaire vertaling’. Voor hen was vertaling vooral een kunst, omdat ze een literaire vertaling als een  van literatuur afgeleide kunstvorm zagen. Willen we vertaling vandaag de dag als een 'creatieve reproductie' typeren, dan moeten we ook aannemelijk kunnen maken dat creativiteit binnen elk (!) vertaalspecialisme een rol opeist.

De resultaten van een recent onderzoek naar de taalvaardigheid van beginnend vertalers geeft een goede indicatie van de rol van creativiteit (zie Van Egdom, Van Santen en De Vriend 2020). In het derde luik van dat onderzoek werd de volgende stelling geponeerd: Elk vertaalspecialisme vergt creativiteit.

Elk vertaalspecialisme vergt creativiteit.

De respondenten uit het werkveld (vooral zakelijk en literair vertalers) lieten er geen misverstand over bestaan: 136 van de 172 respondenten gaven aan dat elk specialisme creativiteit vergt. Het creatieve vermogen wordt in zakelijke teksten vaak op de proef gesteld bij de omzetting van terminologie, complexe zinnen en bronteksten van bedenkelijke kwaliteit. Door literair vertalers werden vooral klankpatronen (rijm, alliteratie, assonantie), woorspelingen en realia aangestipt als vertaalproblemen die om een creatieve oplossing vragen. Er is dus voldoende reden om aan te nemen dat 'vertaling' in de kern een creatieve activiteit is. Dit brengt ons tot de vraag of de mate waarin en de wijze waarop creativiteit aan bod komt per specialisme verschilt. Een concreet antwoord op die vraag is een eerste stap in de richting van een wetenschappelijk verantwoorde beschrijving van de 'creatieve' deelcompetenties van vertalen.

Vertaalcreativiteit

Een vertaler wordt dus regelmatig met problemen geconfronteerd waarbij een inventieve aanpak vereist is. Wat nog niet voor zich spreekt, is dat de creatieve vaardigheid die nodig is om vertaalproblemen op te lossen daadwerkelijk verschilt van algemene creatieve vaardigheden. Is er wel zoiets als ‘vertaalcreativiteit’? De kwestie lijkt volstrekt irrelevant: waarom zou je dat verschil in vredesnaam onderzoeken? Vanuit praktisch oogpunt is dit verschil irrelevant: zolang een vertaler een probleem creatief weet op te lossen, kan deze als creatief competent worden beschouwd. Vanuit onderwijskundig oogpunt is het verschil buitengewoon relevant. Opleiders worden geacht de kennis, vaardigheden en attitudes op verantwoorde wijze te meten. Binnen elke opleiding tot vertaler moeten er dus metingen worden uitgevoerd die onomstotelijk aantonen dat een ‘leerder’ een competentie heeft verworven. De metingen mogen niet gepaard gaan met ruis: ruis beïnvloedt de ‘validiteit’ van een meting (Segers en Van Egdom, 2018: 19). Dat wil zeggen: een meting wordt verondersteld niet meer of minder te meten dan wat er gemeten moet worden. Dat geldt dus ook voor metingen van creatieve deelcompetenties. Afgaande op de creatieve aard van vertaalactiviteiten kan er worden aangenomen dat de kans bij een vertaaltoets, een toets waarin een brontekst moet worden vertaald, groot is dat de creativiteit van een student wordt getoetst, maar dat er ook iets anders wordt getoetst. Hierbij denken we vooral aan de talige competentie van de student of aan opzoekvaardigheden.

Indien algemene creativiteit, zoals zij in de psychologie is beschreven, niet wezenlijk van vertaalcreativiteit verschilt, dan is het een stuk eenvoudiger om de creatieve competentie ruisloos te meten. In 2017 hebben wij tweedejaarsstudenten van twee opleidingen, de bachelor Vertalen van de Vertaalacademie (21 studenten) en de bachelor Toegepaste Taalkunde van de KU Leuven (41 studenten), aan een creativiteitstestje onderworpen. Studenten kregen negentig minuten de tijd om zes vragen op te lossen. Drie toetsvragen waren direct uit bestaande creativiteitstests overgenomen. Deze vragen hadden geen nadrukkelijk talig karakter. Zo vroegen we ze om alternatieve toepassingen te bedenken voor een paperclip. Wat kan je er zoal mee, naast papier hechten? De andere drie toetsvragen waren door onszelf opgesteld en vormden een sample van problemen die, in onze ogen, 'vertalige creativiteit' zouden vergen, namelijk: polysemie, complexe woordspeling en rijm. De kandidaten konden per toetsvraag maximaal vijf antwoorden noteren. Uit de toets bleek dat studenten over de hele lijn beter scoorden op algemene creativiteit en dat algemene creativiteit en vertaalcreativiteit hierdoor (zwak tot) matig correleerden (gemiddeld coëfficient van 0,5). Opvallend genoeg waren er sterke lokale verschillen: vooral bij de Vlaamse studenten lag het coëfficiëntcijfer laag (Van Egdom et al. 2018). Op basis van de resultaten van dat onderzoekje zijn we dan ook geneigd te stellen dat vertaalcreativiteit niet goed met een algemene creativiteitstest kan worden gemeten.

Creativiteit en taalcompetentie

Voorzichtigheid blijft echter geboden: wij achten het toetsontwerp van de creativiteitstest uit de vorige paragraaf nog voor verbetering vatbaar. Van de drie testitems die we in 2017 hebben voorgelegd, lijkt niet echt te kunnen worden gesteld dat ze vertaalcreativiteit en niet meer dan dat meten. Laten we even naar de laatste toetsvraag kijken:  

'Vertaal het volgende versje in het Nederlands en maak zelf de tweede versregel af. Zorg ervoor dat de laatste woorden uit de twee versregels rijmen.

            Elle se promenait dans la ville

            et … '

Het lijkt bij deze vraag onmogelijk om vertaalcreativiteit van talige competentie los te koppelen: de leesvaardigheid in de brontaal (brontaalcompetentie) en de schrijfvaardigheid in de doeltaal (doeltaalcompetentie) zullen de scores van de studenten uit het experiment serieus hebben beïnvloed1. De vraag is dus of vertaalcreativiteit op een verantwoorde wijze van talige (en/of andere) competentie(s) kan worden losgeweekt. Met deze vraag werk je je, zeker gezien de inhoud van de vorige paragraaf, behoorlijk in de nesten.

Creativiteit: Nature vs. nurture

Literair vertaler Harm Damsma schreef recent: 'Helaas is creativiteit een aangeboren eigenschap, niet iets wat je kunt leren' (2019: 106). Indien Damsma gelijk heeft, dan kan er met betrekking tot de materie die we in dit artikel hebben behandeld een belangrijke conclusie worden getrokken: aangezien creativiteit een kerncompetentie van de vertaler is, zou er met een betrouwbare instaptoets kunnen worden bepaald of een kandidaat-student geschikt is voor het vertalersmetier. Het is echter maar de vraag of Damsma gelijk heeft. In het onderzoekje naar de taalvaardigheid Nederlands van beginnend vertalers werd ook gevraagd of creativiteit kan worden getraind. Volgens 148 respondenten was dit ontegenzeggelijk het geval (Van Egdom, Van Santen en De Vriend, 2020).

Indien het wel (of tenminste deels) mogelijk is om creativiteit aan te leren, dan dienen er werkvormen te worden bedacht om de creativiteit rijkelijk te laten vloeien. In Training the Translator heeft Paul Kußmaul een hoofdstuk gewijd aan het aanleren van creativiteit (1995: 39-54). Technieken die hij aanreikt zijn, om de belangrijkste te noemen: analyseren, brainstormen, divergent/vervormend denken en parallelle activiteit ontplooien. Deze technieken zijn standaardtechnieken om creativiteit te bevorderen.2 Het is echter de vraag hoe deze (en andere) technieken zo efficiënt mogelijk in het vertaalonderwijs kunnen worden ingezet. Het is evenzeer de vraag of de geschiktheid van bepaalde technieken afhankelijk is van de persoonlijkheid, het niveau en het gemoed van een vertaler. Er is onderzoek nodig om het effect van creativiteitstraining in het vertaalonderwijs te meten.

Technologie en creativiteit

Paradoxaal genoeg is creativiteit in de vertaalwetenschap centraler komen te staan door de invloed van technologisering. Hoewel het verleidelijk is om technologie en creativiteit diametraal tegenover elkaar te plaatsen, kunnen we onmogelijk ontkennen dat de technologie, in welke vorm dan ook, niet meer uit het vertaalwezen valt weg te denken. Daarom is het belangrijk om na te gaan wat technologie met onze creativiteit doet en eventueel na te gaan of technologie (mits juist ingezet) creativiteit kan bevorderen. In het onderzoek naar taalvaardigheid Nederlands, waar we aan het begin van dit artikel al naar hebben verwezen, werd ook geïnformeerd naar de invloed van technologie (Van Egdom, Van Santen en De Vriend, 2020). Enkele toelichtingen van deelnemers uit het werkveld bieden een aardig aanknopingspunt voor vervolgonderzoek naar technologie en creativiteit in vertaling.

Van de respondenten was een enkeling erg te spreken over de invloed van technologie. Een respondent verklaart:

Vertaaltechnologie biedt enorm veel voordelen. Tools vereenvoudigen een deel van het werk aanzienlijk waardoor vertalers zich kunnen toeleggen op het creatieve aspect van het vinden van een gepaste vertaling.

Een andere respondent geeft aan dat met name vertaalgeheugens inspirerend werken, aangezien je als vertaler 'modelvertalingen' aangereikt krijgt, oplossingen waar je zelf niet op zou zijn gekomen.

Ruimte voor nuance is er ook zeker. Een mooie samenvatting van de genuanceerde commentaren vinden we in de volgende toelichting:

Enerzijds biedt [technologie] extra inspiratie maar anderzijds maakt [zij] wat lui.

Er wordt aangegeven dat er dankzij de technologie veel kan worden opgezocht: 'Als je zoekstrategieën goed beheerst, kun je sneller tot een correcte oplossing komen.' Toch gaat volgens dezelfde respondent technologisering 'ten koste van de creativiteit': doordat alles opzoekbaar is, hoef je zelf 'minder kennis en vaardigheden paraat te hebben'.

De meeste respondenten reageerden uitgesproken negatief. Uit de toelichting valt vooral op te maken dat vertaaltechnologie 'een beperking voor creatief taalgebruik' vormt. Door segmentering en suggesties wordt de vertaler 'in een vaste richting' gedwongen; en dat terwijl je tijdens het vertalen juist 'veel verschillende vertaalvarianten' zou moeten bedenken. Hierdoor vervlakt de 'schrijfstijl' en neemt 'het vermogen om zelf zinnen te formuleren, zelf na te denken [af]'. Een respondent treft de vergelijking met rekenmachines: zodra wij die op school gingen gebruiken, ‘ging ons rekenvermogen achteruit’. Een enkeling schetst daarom een treurig toekomstbeeld:

Ik vrees dat [technologisering] in de toekomst zal leiden tot een algemene verarming en dus een daling van de kwaliteit van [...] vertalingen.

We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de technologie, volgens vertalers, eerder een negatieve invloed op de creativiteit lijkt te hebben.3 Toch lijkt dit meer te maken te hebben met de wijze waarop technologie veelal wordt ingezet en met de inrichting van de virtuele werkomgeving waarin vertalers werken, de zogenaamde Computer-aided Translation (of CAT) Tools. Doordat er enorm veel technologie voorhanden is, is het ook nog aannemelijk dat veel handige snufjes bij het grote vertalerspubliek onbekend blijven (zie Daems, 2021). Het is zaak om de invloed van technologie op creativiteit zo uitvoerig mogelijk te onderzoeken en om kennis te vergaren over de wijze waarop creativiteitstechnieken optimaal kunnen worden ingezet met behulp van technologie. Met de vergaarde kennis kunnen softwareontwikkelaars aan de slag en een stap zetten in de richting van wat tegenwoordig CALT-tools zouden kunnen worden genoemd: Computer-aided Literary Translation tools (voor meer informatie over deze tools, zie Youdale 2020).

Voorlopige conclusie

Er heerst een algemene consensus: een competent vertaler is in staat om uitdagende vertaalproblemen op creatieve wijze op te lossen. Om de competentie van vertalers te bevorderen, zullen we manieren moeten vinden om die creativiteit te verhogen. Daarbij is in eerste instantie kennis nodig over de specifieke creativiteit die bij vertaling gevraagd wordt. Kunnen we scherpstellen op vertaalcreativiteit of blijft de notie overlap vertonen met (vreemde)taalvaardigheid? Zodra we in voldoende mate op vertaalcreativiteit hebben scherpgesteld, komt didactisering in beeld. De vertaalgemeenschap geeft aan dat creativiteit aangeleerd kan worden. De gemeenschap geeft ook aan dat technologie niet altijd een positieve invloed op de creatieve vaardigheid van vertalers heeft. Als opleiders rest ons dus de taak om de creativiteit op peil te brengen, te houden en eventueel zelfs te verhogen. Hoe doen we dat? Met welke technieken kan vertaalcreativiteit worden bevorderd? En op welke wijze kan technologie de vertaalcreativiteit ondersteunen? Onderzoek naar creativiteit in vertaling is buitengewoon interessant, misschien wel omdat het onderzoek steeds meer vragen oproept, vragen die ons er telkens weer op wijzen hoe fascinerend vertaling is.

 

Noten

1. Daarnaast moeten we de kanttekening plaatsen dat in het betreffende onderzoek de studenten geen gebruik mochten maken van hulpmiddelen. Wanneer hulpmiddelen wel zouden zijn toegestaan, was er een kans dat die zouden zijn ingezet om 1) passieve vreemdetalenkennis te vergroten (verklarend en/of tweetalig woordenboek); 2) actieve talenkennis te vergroten (verklarend en/of tweetalig woordenboek); 3) associatief vermogen te vergroten (synoniemenwoordenboek, rijmwoordenboek en/of betekeniswoordenboek à la Het juiste woord). 

2. We merken hierbij op dat non-believer Damsma deze technieken ook deels toepast in zijn artikel over creatief vertalen.

3. Ana Guerberof-Arenas en Antonio Toral (2022) hebben inmiddels onderzoek gedaan naar de wijze waarop machinevertaling creativiteit beïnvloedt. Uit hun onderzoek blijkt dat machinevertaling inderdaad een afstompend effect op vertalers heeft: tijdens post-editingoefeningen toonden de literair vertalers zich stukken minder inventief.

 

Referenties

Angelone, E., Ehrensberger-Dow, M., en G. Massey (red.) (2020). The Bloomsbury Companion to Language Industry Studies. London: Bloomsbury.

Daems, Joke (2021). Wat denken literaire vertalers echt over technologie? Filter: Tijdschrift over vertalen [Webdossier 5: Literaire vertaling en technologie]. Geraadpleegd via https://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/dossier/literair-vertalen-en-technologie/januari-2021/wat-denken-literaire-vertalers-echt-over-technologie  op 26 februari 2021.

Damsma, H. (2019). Creatief vertalen. In L. D’hulst en C. Van de Poel (red.), Alles verandert altijd: Perspectieven op literair vertalen (pp. 105-119). Leuven: Universitaire Pers Leuven. Geraadpleegd via https://www.jstor.org/stable/j.ctvnwc0qb.14?seq=1#metadata_info_tab_contents op 26 februari 2021.

EMT Expert Group (2017). European Master’s in Translation Competence Framework 2017. Geraadpleegd via https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/emt_competence_fwk_2017_en_web.pdf op 26 februari 2021.

Guerberof-Arenas, A. & A. Toral (2022). Creativity in translation. Machine translation as a constraint for literary texts. Translation Spaces. Geraadpleegd op 2 mei 2022 via https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/212078562/Creativity_in_translation_Guerberof_Toral.pdf

Kußmaul, P. (1995). Training the Translator. Amsterdam: Benjamins.

Levý, J. (2011). The Art of Translation. Amsterdam: Benjamins [vertaald door Patrick Corness].

Massey, G. en R. Wieder (2018). Educating translators for new roles and responsibilities: Interfacing with corporate and technical communication. In A. Hurtado Albir (voorzitter), didTRAD 2018: Fourth International Conference on Research into the Didactics of Translation. Georganiseerd door PACTE, Universitat Autónoma de Barcelona, Barcelona.

O‘Hagan, M. (red.) (2020). The Routledge Handbook of Translation and Technology. London: Routledge.

Massey, G., Katan, D. & E. Huertas Barros (red.) (te verschijnen). The Human Translator in the 2020s. Londen: Routledge.

PETRA-E (2014). PETRA-E Europees referentiekader voor de opleiding en deskundigheidsbevordering van literair vertalers. Geraadpleegd via http://petra-educationframework.eu/nl/ op 26 februari 2021.

Segers, W. en G.W. Van Egdom (2018). De kwaliteit van vertalingen. Een terminologie van de vertaalevaluatie. Kalmthout: Pelckmans Pro.

Van Egdom, G.W., Segers, W., Bloemen, H. & F. Van Santen (2018). And just how in creation should translative creativity be tested? In M. Leijten & I. Schrijver, SIG Writing 2018. Congres georganiseerd door EARLI Special Interest Group on Writing, Antwerpen.

Van Egdom, G.W., Van Santen, F. en F. De Vriend (2020). Het Nederlands van beginnend vertalers onder de loep. Linguaan 1. Geraadpleegd via https://ngtv.foleon.com/linguaan/1-2020/het-nederlands-van-beginnend-vertalers/ op 26 februari 2021 [alleen leden].

Van Egdom, G.W. & J. Daems (red.) (2021). Literaire vertaling en technologie. Filter: Tijdschrift over vertalen [Webdossier 5: Literaire vertaling en technologie]. Geraadpleegd via https://www.tijdschrift-filter.nl/webfilter/dossier/literair-vertalen-en-technologie/januari-2021/ op 26 februari 2021.

Youdale, R. (2020). Using Computers in the Translation of Literary Style. Challenges and Opportunities. Londen. Routledge.