Dossier: De financiële positie van vertalers in Nederland en Vlaanderen

Geplaatst op: 19 augustus 2021

Dat literair vertalers doorgaans weinig verdienen is bekend. Maar wat is de financiële positie van vertalers precies, waaruit bestaan de inkomsten van vertalers en in hoeverre is er in de media aandacht voor de geringe financiële waardering?

Dossier: Financiële positie van vertalers

Met dit dossier hopen we antwoord te geven op deze vragen. We willen hiermee inzicht bieden in de inkomenspositie van vertalers en de ontwikkelingen van de laatste twintig jaar.

Het dossier is tot stand gekomen in het verlengde van het nieuwe vertaalpleidooi verTALEN voor de toekomst, waarin de kwetsbare financiële positie van vertalers wordt gepresenteerd als een van de bedreigingen van een bloeiende vertaalcultuur in Nederland en Vlaanderen. De verantwoordelijke partijen in het veld – uitgevers, vakorganisaties en tot slot vertalers zelf – worden in het vertaalpleidooi opgeroepen om deze positie te verbeteren. Want ‘het is de hoogste tijd dat betrokkenen actie ondernemen, om zo te zorgen voor een passend honorarium. Alleen dan kan culturele diversiteit een centraal aandeel houden in het literaire aanbod in de eigen taal.’1

In dit dossier ligt de focus op de situatie van vertalers in het Nederlands. Het inkomen van vertalers uit het Nederlands kan daarvan verschillen. Dit hangt af van de geldende afspraken en gebruikelijke tarieven in het land waar de uitgeverij gevestigd is die de vertaalopdracht heeft verstrekt. Per taal of land zijn er vakverenigingen die hier meer informatie over kunnen geven.

De term ‘vertaler’

In dit dossier wordt de term ‘vertaler’ gebruikt om in brede zin te verwijzen naar vertalers die boeken vertalen. In de vertalerswereld wordt vaak onderscheid gemaakt tussen ‘literair vertalers’ en ‘boekvertalers’. Literair vertalers zijn dan degenen die strikt literaire werken vertalen en daarvoor een modelcontract overeenkomen met hun uitgever, waarmee ze een subsidie kunnen aanvragen bij Literatuur Vlaanderen of het Nederlands Letterenfonds. Boekvertalers zijn vertalers die niet-literaire werken vertalen en daardoor geen modelcontract kunnen afsluiten en ook geen subsidie kunnen aanvragen. Lees hier meer over het onderscheid tussen literair vertalers en boekvertalers.

Omdat het in de onderzoeken niet altijd duidelijk is naar welke groep wordt verwezen en omdat er in veel gevallen ook geen onderscheid lijkt te worden gemaakt, is in dit dossier de algemene term ‘vertaler’ aangehouden.

Inkomenspositie

Algemeen beeld

Zoals ook in het vertaalpleidooi verTALEN voor de toekomst wordt gesteld, is de inkomenspositie van vertalers erg zwak, net als die van andere makers in de creatieve sector. De SER liet in 2016 zien dat mensen die werkzaam zijn in creatieve beroepen veel minder verdienen dan personen in andere beroepen waarvoor hetzelfde opleidingsniveau is vereist. Ook zijn zij vaker afhankelijk van uitkeringen. Het gemiddelde bruto-jaarinkomen van zzp’ers in de culturele sector ligt volgens het rapport op € 21.908 per jaar.2

Vertalers verdienen met alleen hun vertaalwerk ver beneden modaal en de inkomsten uit alleen uitgevershonoraria zijn gemiddeld onder minimumloon. Hierover lees je meer onder ‘Gegevens over het inkomen van vertalers'. Het totale inkomen van een vertaler bestaat over het algemeen dan ook uit meer dan alleen die honoraria, zoals ook blijkt in dit artikel.

Contracten

Wanneer een vertaler iets gaat vertalen voor een uitgever zal die daarover afspraken vastleggen in een contract. Voor vertalers in het Nederlands is dat in het beste geval het ‘Modelcontract voor de vertaling van een literair werk’. Dit modelcontract bestaat in Nederland sinds 1973 en is een overeenkomst tussen de Literaire Uitgevers Groep (LUG) en de Auteursbond (de beroepsvereniging voor schrijvers en vertalers). In het contract staan onder meer afspraken over inlevertermijn, oplage, honorering, royalty’s en – heel belangrijk – de rechten van de vertaler. Volgens het Auteursrecht is de vertaler namelijk de auteur van de vertaling en daarom ligt het auteursrecht zowel bij de schrijver zelf als bij de vertaler van het werk. Dit soort afspraken zijn van groot belang wanneer de vertaling uitkomt en wordt geëxploiteerd.

In 2021 wordt overigens gewerkt aan een nieuw modelcontract voor vertalers.

Lang niet alle uitgevers werken met het modelcontract; het kan worden aangeboden door literaire uitgevers bij een literaire vertaling. Wanneer een vertaler aan de slag gaat met iets wat niet als ‘literair’ wordt beschouwd zal die zeer waarschijnlijk met een ander contract werken. De Algemene Voorwaarden Boekvertalers van de Auteursbond kunnen in dat geval houvast bieden. Welk contract wordt overeengekomen is uiteindelijk iets tussen de vertaler en de uitgever en waarover kan worden onderhandeld.

In Vlaanderen bestaat een dergelijk modelcontract niet. Wel kan de vertaler proberen een contract naar Nederlands model overeen te komen.

Wil je hier meer over weten, bekijk dan het weblecture over contracten en rechten van vertalers van Maarten van der Werf.

Onderhandelen

Uit onderzoek onder vertalers blijkt dat onderhandelen vaak loont. Hierover lees je meer in het artikel ‘Gegevens over het inkomen van vertalers’. Vertalers kunnen bijvoorbeeld onderhandelen over tarieven, tijd of royalty’s. Wil je er meer over weten, bekijk dan het weblecture 'Iedereen blij' van Leen Van Den Broucke over onderhandelen met uitgevers. De Auteursbond heeft daarnaast een onderhandelgids samengesteld voor vertalers die ook te vinden is op de Kennisbank.

Tarieven

Vertalers die in het Nederlands vertalen worden meestal per woord betaald op basis van de brontekst. Voor 2021 ligt in Nederland het minimumtarief voor literaire vertalingen op 6,8 cent per woord. Dit is geen vast tarief maar een normtarief: het staat uitgevers en vertalers vrij om een ander tarief overeen te komen. In de praktijk wordt het normtarief vaak als maximumtarief gebruikt.

Hoewel de LUG en de Auteursbond (de beroepsvereniging voor schrijvers en vertalers) al in 1996 zijn overeengekomen de tarieven jaarlijks te indexeren, gebeurt dat in de praktijk lang niet altijd. Het huidige tarief van 6,8 cent uit 2020 zou met een juiste indexering inmiddels 7,4 cent moeten zijn.

Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van het minimumtarief in de afgelopen twintig jaar dan valt op dat in de periode 2010-2020 het tarief maar half zo veel is gestegen (van 6,3 naar 6,8 cent) als in de tien jaar daarvoor (van 5,2 naar 6,3 cent).

Tabel 1: Minimumtarief in centen 2000-2020
Tabel 1: Minimumtarief in centen 2000-2020

In de sector klinkt steevast de roep om een billijke vergoeding voor vertalers. Hoe zou een billijk tarief eruit kunnen zien? In een addendum bij het recent verschenen onderzoek ‘Ongelijk maar eerlijk’ van Kila van der Starre adviseren Literatuur Vlaanderen en de literaire organisaties waarmee zij een overeenkomst hebben gesloten als minimumvergoeding een tarief van 13 cent per woord voor literaire prozavertalingen uit gangbare Europese talen.3 Bij dit onderzoek uit 2021 is gekeken naar de vergoeding van auteurs, vertalers en illustratoren voor optredens, workshops en dergelijke.

Literaire uitgevers gaven desgevraagd in 2011 unaniem aan van mening te zijn dat vertalers weinig verdienen. Ook gaven zij zonder uitzondering aan dat ze vertalers niet méér kunnen bieden omdat een vertaling een enorme kostenpost is voor de uitgeverij.4

Subsidies

Literair vertalers kunnen voor subsidies terecht bij Literatuur Vlaanderen of het Nederlands Letterenfonds. Er zijn meerdere subsidieregelingen bij beide organisaties. De projectsubsidies, ook wel project- of werkbeurzen genoemd, vormen hiervan de belangrijkste inkomensondersteuning. Een van de voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen is dat de vertaler minimaal één (voor Nederland) of twee (voor België) literaire vertaling(en) moet hebben gepubliceerd. Voor de vertaling moet een modelcontract zijn afgesloten met een literaire uitgever.

De projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds bestaat uit een bepaald tarief per woord van het te vertalen werk. Het Nederlands Letterenfonds hanteert verschillende tarieven voor beginnende en ervaren vertalers (vanaf 5 vertalingen). Het huidige tarief voor proza is voor beginnende vertalers 9,5 cent en voor ervaren vertalers 11 cent. Voor poëzie is het huidige tarief voor beginnende vertalers 3,33 euro per regel (57 euro per gedicht) en voor ervaren vertalers 3,85 euro per regel (66 euro per gedicht). Hier vind je alle informatie (geraadpleegd op 3 juli 2021).

De projectbeurzen van Literatuur Vlaanderen bestaan uit een bedrag dat door de organisatie wordt bepaald, afhankelijk van onder meer het vertaalproject. Hier vind je alle informatie.

In 2020 zijn door het Nederlands Letterenfonds 196 projectwerksubsidies toegekend (er waren 245 aanvragen) aan 139 vertalers met een totaalbedrag van € 1.495.481. De gemiddelde hoogte van een beurs was daarmee € 7.630.5 In 2019 zijn er 212 projectsubsidies toegekend (er waren 254 aanvragen) aan 146 vertalers met een totaalbedrag van € 1.550.840.6

In 2020 zijn door Literatuur Vlaanderen 38 projectbeurzen toegekend (er waren 41 aanvragen) met een totaalbedrag van € 137.500 euro. De gemiddelde hoogte van een beurs was € 3.606.7 In 2019 waren er 44 projectbeurzen toegekend (er waren 45 aanvragen) met een totaalbedrag van € 122.400.8

Beroepsverenigingen

De Auteursbond is in Nederland de beroepsvereniging van schrijvers en vertalers. De bond zet zich in voor goede contractvoorwaarden en eerlijke auteursrechtelijke vergoedingen en onderhandelt namens vertalers met uitgevers over voorwaarden en tarieven. Ze onderhouden nauw contact met politieke, sociale, culturele en economische organisaties en brengen advies uit aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Auteursbond organiseert verder regelmatig symposia en workshops over de beroepspraktijk.

De Vlaamse Auteursvereniging (VAV) behartigt de belangen van alle Vlaamse auteurs, waaronder vertalers. De vereniging helpt de arbeidsmarktpositie van vertalers te verbeteren, adviseert de minister van Cultuur en vertegenwoordigt en verdedigt vertalers bij onderhandelingen met uitgevers. Leden kunnen er terecht voor advies en de vereniging organiseert regelmatig congressen.

Lees verder in dit dossier

Het lage inkomen van vertalers wordt al decennia aangekaart en is een groot punt van discussie binnen de vertaalwereld. In het stuk 'Gegevens over het inkomen van vertalers' wordt dieper ingegaan op de financiële positie van de vertaler. Met enige regelmaat klinkt in de media de roep om een betere beloning. In ‘Media-aandacht in Nederland en Vlaanderen voor de inkomenspositie van vertalers’ vind je een overzicht van artikelen hierover in de afgelopen twintig jaar. Ook vind je in dit dossier een overzicht van onderzoeken naar de financiële positie van vertalers. Wie meer wil weten over het totale inkomen van een vertalers, kan hier lezen waaruit het inkomen van een vertaler is opgebouwd.

 

 

Bronnen en noten:

1 Expertisecentrum Literair Vertalen, 2019, verTALEN voor de toekomst: een nieuw vertaalpleidooi, p. 22-24.
2 SER, 2016, Verkenning arbeidsmarkt culturele sector, p. 64-65 (https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2016/verkenning-arbeidsmarkt-cultuursector.pdf)
3 Van der Starre, K., 2021, Ongelijk maar eerlijk. Een onderzoek naar de praktijk rond het vergoeden van literaire auteurs, literaire vertalers en illustratoren, p. 23.
4 Humbeeck et al, Literair vertalen: van twee kanten bekeken. Vertalers en uitgevers aan het woord, 2011, Nederlandse Taalunie / Expertisecentrum Literair Vertalen, p. 22-23.
5 Jaarverslag Nederlands Letterenfonds 2020, p. 62.
6 Jaarverslag Nederlands Letterenfonds 2019, p. 53.
7 Jaarverslag Literatuur Vlaanderen 2020, p. 46.
8 Jaarverslag Literatuur Vlaanderen 2019, p. 38.